In jouw hart

In deze nacht schrijf ik de woorden
die ik liever ongezegd liet
In deze nacht maak ik de zinnen
die ik liever nooit begon

Was jij dichtbij, kon ik jouw adem horen
Was jij dichtbij, kon ik je strelen
de haartjes op je arm
de welving rond je mond
kon ik je zacht kussen
zo ik je nog niet eerder vond
je haren op mijn borst

een buigen naar elkaar
lichamen die vrijen
en waar woorden spreken
van mijn lief
kom ik liever bij je binnen.

 
 
 

Smelten

Van de zee, het zand, de golven
kan er niets meer aan jou tippen
al het licht dat schijnt op jou
en als de warmte van jouw lippen
mij kust dan smelt ik meer weg
dan door de streling van eendere zon
als jouw ogen op mij vallen
heb ik nergens anders oog meer voor
zoals jouw zwijgen mij beroert
elk onweer maakt zich uit de voeten
jouw voeten zelf, als zij me naderen
weet ik niet anders dan ze te willen
strelen, kussen, zo langzaam
van beneden af aan
naar boven.

 
 
 

Nat gaan

Het is alweer verraderlijk vroeg, dan wel laat
of is het niet de tijd, maar de wijn
die met volle teugen genoten een gat slaat
in de morgen? Ben ik al doende fijn te zijn

Is het de alcohol die daar spreekt
of ben ik het zelf die daar achter steekt?
Op dit eigenste moment mag het niet deren
hoezeer het straks ook mag verkeren.

In de wolken, dat heb ik nooit gesnopen
Het is toch mistig er doorheen te lopen

en bovendien nog onbetamelijk nat
wat in de mist weliswaar niet,
maar anders ook wel vreugde biedt
zoals  ’t genoegen van een bad.

 
 
 

De branding voorbij

Van ver over de wereld
scheren langs elkaar heen
de toppen van de golven elkaar kussen
voordat ze in ondiepten verzanden
en rust vinden in elkaar
waar het licht schittert op hun vlak.

 
 
 

Opgedoekt

Met een oprisping van het gemoed
komen de woorden in een stoet
Ach nee, ik maar een grapje
maak en houd u voor het lapje

terwijl ik getooid met blinddoek
tastend mijn weg naar haar zoek.

 
 
 

Levenslijntje

In de wereld van de wereld
het houvast verloren
Gooi een anker uit
Mijn hart biedt vaste bodem

Zie ik je graag vliegen
maar toch niet vluchten
Zie ik je graag dansen
maar niet struikelen
Zie ik je graag opgetogen
maar niet in ademnood

Hou je vast aan de lijn
Ik laat ‘m vieren
maar nooit los
en pas als je bent uitgevlogen
ben je met de wereld klaar.

 
 
 

Achter de wolken

De bomen staan al zwart
tegen loodgrijze lucht, de maan
is in geen velden of wegen
heb ik niet meer het hart
en ga ik me alleen binnen
nog te buiten
aan het verlangen van de bard
al wat schoon is te minnen.

 
 
 

Golfbreker

Waar de zee niet komt
daar wassen tranen
het leed weg van de dag
totdat het je leeg achterlaat
kan het niet anders
dan een volgende stap
wordt gezet
licht van jezelf
of met een duw in de rug.

 
 
 

Eertijds

Er wordt gewuifd
Alle halmen in de wind
gedag zeggen

Maak ik een knieval in het gras
voor de jongen die ik was
is het tijd het bij te leggen.

 
 
 

Inpakken en wegwezen

De tijd is niet veraf, zo dicht
op de huid zit die kleine schavuit
bijt ie je net als je ‘m was vergeten
komt ie als een klap in het gezicht

De oplossing echter is simpel
wikkel ‘m zacht in vlag en wimpel
houd je de tijd te vriend, verkoos je
‘m te te stoppen bij je hart in een doosje.