Barsten

Vermoeid stuurt mijn hoofd
mijn gedachten her en der
heen, voor zover het
nog tot zover komt.

Ondertussen neemt mijn hart
– vader en moeder van
mijn verlangen en mijn tranen –
de gelegenheid te baat
en wurmt zich, ontworstelend
aan het toom van mijn denken,
naar boven en vraagt
en vraagt en vraagt

vraagt los te gaan
met de golven mee .

Waar genomen [sentiment]

Bloemen, zelfs een vleug
van bloesem. En het gekwinkeleer
van diverse soorten
vogels
en de wind langs mijn gezicht
opvallende bloempjes ontsproten
aan de stam van een boom gewoon
langs de kant van de straat
vrijwillig lopen tegen de zon in
– zonder hoofddeksel of zonnebril –
een schaterlach in het voorbijgaan
een vrachtwagen die me voorrang geeft
een glas wijn
een open einde.

Nabij

Laat het je warmte zijn
– leven, bloei –
dat ik voel
al kruipt het tussen kieren en barsten
al is het over afstanden van zover
ik weet dan
jij bent mij ook zoals ik jou
al zijn we nog zover
al verschillen we nog zoveel
als ik je warmte voel
branden we licht
al is het op.

Onmacht is een gedeeld goed

Nog eentje dan? Nog een woord?
Iets van zin? Betekenis?
Of toch maar nóg een hapje van de mousse?
Of liever een hand, een arm
om je schouders?

Woorden bij de vleet
juist als er geen woorden zijn
die recht doen
Soms zijn die woorden niet meer
dan een vorm van zwijgen
van ons mensen
die nu eenmaal hoofden hebben en tongen.

Ongegrond

En dan val je
na het eten
of met bord op schoot
en na thuiskomst even op internet
Dan val je
in het nieuws
Dan val je

En dat is dan niets nog
met hoe diep en zwaar zij vallen
in oorlog
waar vaste grond
onder hun voeten weg is.

Ongeloof

Ik wens dat ik kon bidden
tot zo Iemand – met een hoofdletter –
die alles goed kon maken
al was het nog zo slecht
Maar mij rest niets dan wensen
en soms een kaarsje of wat
alsof ik bid
terwijl ik het allemaal niet meer weet.

Kruistocht

In het bos van de sprookjes
kan het ook spoken
naast al ’t liefelijke leven
van dag in dag uit

Op kousenvoeten betreed ik het mos
langs de beek en waar de stenen
liggen in een hart, en myriaden
herinneringen opgewekt zingen
desgevraagd, verstil ik in een oogwenk

Nergens was ik eerder thuis

O madelief, jij weet te bloeien
in weerwil van de koude
weet je je te onttrekken aan de grond
O madelief, aan wie, wanneer
geef ik een krans.

Verloren

Ergens ben ik kwijt geraakt
wat ik had willen zijn wellicht
waar ik hoop had
al was het al nooit meer
dan een vergezicht in de mist
en bezag ik mijzelf ook niet zozeer.