Toost op gedeelde lach

Een laatste woord voor deze nacht
met dit woord alweer ontkracht,
want tot vrolijke stemming gebracht
fluister ik in gedachten zacht,
dus heel erg stil,
aan ieder die dit horen wil:
Het beste is als men samen lacht.

 
 
 

Onderscheid

Krankjoreme woorden ontschieten me
als ik zonder nadenken schrijf
Compromisloos geef ik me bloot
Echter verborgen in het ruim van de boot
van mijn ziel en zaligheid
blijft wat me van de ander en mezelf scheidt.

 
 
 

Binnenstebuiten

Van buiten blijft het stil
Luid op de toppen van mijn longen
en hoor ik het luidkeels zingen
in muziek om mij heen.
en hoor ik muziek
in de natuur en in klanken,
stemmen van mensen klinken
Het roept me naar buiten,
jaagt me weer naar binnen.

 
 
 

Van voorbijgaande aard

Als mijn wereld
te groot is voor mijn eenzelvig hart
Als mijn wereld
te klein is voor mijn geluk
Ik wou dat mijn wereld onze wereld was van huid op huid.

In plaats daarvan drink ik nog een glas,
bezing ik in mijzelf mijn eenzaamheid of geluk luid.

 
 
 

Feestje

Sta ik met mijn mond vol tanden
Het is de vraag of ik lach of me schaar
in het kamp der verlegenen aan de randen
om woorden verlegen, zonder misbaar

Of in het centrum van de aandacht
een geziene gast, met ongemak weliswaar
houd ik moed en blijmoedig een voordracht
En het feest gaat door, zo raar maar waar

En zelfs al had ik een kunstgebit
dan nog zeg ik tegen mezelf “Die zit!”

 
 
 

Zwakke plekken en waterlanders

Een sirene, een zieke ligt in de ambulance gebroken
Muziek die getuigt van levenslust
Een beeld dat mijn zin voor harmonie kust
Oprechte woorden van hart tot hart gesproken

Een gebaar dat getuigt van liefde en respect
Moed om op te komen voor een kind
of wie ook maar zwak staat in de wind
in een wereld waar ’t recht van sterkste goed bekt

Dan komt het voor dat ik volgeschoten raak
uit herkenning van de zaak,
gevoel onder de oppervlakte, ligt nog braak,
waterlanders uit mijn kijkers stromen,
mijn vrouwelijke kant laat mij niet schromen.

Een stenen hart huilt niet
en zingt geen levenslied.

 
 
 

Woorden spreken

Dit zijn niet zozeer mijn woorden.
Eerder zijn de woorden mij,
tekenen mij,
sporen van mijn geest, mijn denken
kriskras als de pootafdrukken van een beest
hongerig naar voedsel op een karig veld.

 
 
 

Maan maant me

In het licht van de nacht,
woorden vergezellen me als de wind,
angst verblindt mijn ogen,
sluit mijn oren af,
houdt mijn hart gevangen,

wil ik wel licht,
maar ben bang voor de schaduwen.

 
 
 

Raar maar waar

Loop ik in 7 sloten tegelijk,
ben ik 7 benen rijk.
Een freak, een monster en een dinges
rijp voor het Book of Records van de Guinness,
een paar avonden op de buis
en wellicht wat u-tube ruis,
apart en beter dan de rest,
vliegt er ééntje uit het koekoeksnest.

Het doet mij echter zeer verdriet,
een koekoeksnest, dat zie je niet.