Dat was nog eens [Schoorl]

Niet heel ver van de zee
voorbij de duinen waar ik
mijn vliegtuigje katapulteerde
in het vakantiepark
dat weet ik niet hoe groot was
zoals het bos dat we betraden
waar we verdwaalden
en het onweer verontrustte
en ik aandrong als grote kleuter
op toch maar eens die andere weg
na de tweede passage, of de derde
die ons inderdaad weer veilig thuis bracht
naar ons houten huisje in het vakantiepark bij Schoorl.

 

 

Voorbij altoos [Amsterdams peil]

Altijd leefde ik zomaar ergens
Ik wou dat ik kon leven in mijzelf
De lucht is blauw. De lucht is zwart
Soms istie grijs en de zon kan branden
Het zand aan de zee is onderhevig
aan de wind, aan de zee
Mijn opa was een baken
te lang geleden
in Amsterdam.

 

 

Vanzelf

Mijn handen neem ik
voor vanzelfsprekend
voor zolang als het duurt
al laat de omloop van mijn bloed
mijn vingers tintelen
evenals – vanzelfsprekend – als
ik aan je denk en met name
je huid, je mond, je ogen
niet in de laatste plaats
en je lach en je tanden
als ik aan je denk
en je zo beroer
dat je ogen, je huid en mond
samenzweren tot dat moment van vergetelheid.

Overvloedig

Langs de eblijn
zover als mogelijk van het land
durf ik amper een voet te zetten
Alleen uitgekiend
treed ik het vergankelijke tegemoet
– of ik moet er niet bij stil staan –
en verder kom ik niet dan de vloed reikt.

 

Eenvoud

Je bent het niet gewoon, hè
zo in levende lijve
en dan gewoon maar wat
praten en aftasten en de wereld laten
voor wat het is, alleen maar
met z’n tweeën?

Er was misschien eens
een tijd en een jongen
– van ouder durf ik niet eens te spreken –
die nog zonder hoofd
het moment kon pakken
met een woord
en zelfs nog een kus of wat

Gelukkig tellen de jaren
niet in alle opzichten.

Wonderkruis

Horloge tikt
Heelal draait
Ik begrijp geen snars
En dan zie ik ook nog beren
Almaar in mijn melkweg

Kan ik niet anders dan suikerbrood smeren
Al houd ik ook van de beet van een zure appel
En is het allemaal zonde

En dat zonder dat Eva mijn pad kruiste.

Bloedgroet

Verdomme ! Ik zag vandaag
geen bloem. Geen enkele.
Nu ik er aan denk, denk ik
dat het me niet opviel
tot nu net, maar ik maak
het goed gemaakt met u
en ik deel alsnog mijn eigen hart:
een roos, zo rood en vol stekels
om je voorzichtig te verwonden
en te bloeden om de dag
voor de dageraad weer aanbreekt
de toekomst in gruzelementen slaat
een flonkering van kleuren
welbeschouwd.

Uitgestegen

Niet zondermeer loop ik over water
Niet zondermeer ga ik te voet
Geef me de tijd die me niet gegeven is
en alsof het niets is verzet ik bergen
Laat me mijzelf achterwege laten
en ik sta voor niets
Kon ik met woorden een brug bouwen
dan was ik via de maan en de zon
al in de zevende hemel gekomen
en boven mijzelf.

Wit licht

Wil je me
mateloos, ingetogen
langs de rand
van het zwembad of de branding
Wil je me
als de lotus of joggend
langs het strand of bij de fontein
Wil je me
met huid en haar of mijn gedachten
of alles bij elkaar?
[Om maar niet spreken van mijn ik
en wat ik dan wil]

 
 
 

Afgrond

Weg ga ik
van al te veel
al vrees ik ook wel
alleen over te blijven
met de pijn van het leven
Ik zoek m’n weg
langs de randen van contact
Ik loop langs de weg van spijt.