Handbereik

Uit alle hoeken en gaten
komt de wereld tot ons
moderne mensen
zelfs alle uithoeken van de wereld
als we er al niet zelf heen gaan

De aarde is nog even groot
als in de stoomtijd, als in de ijzertijd
en de tijd van koper
en de tijden van daarvoor
van weleer

De wereld echter, de onze
is te klein geworden, om te behappen

De wereld:
ik wil die weer de mijne maken
dat ik het overzie
misschien schep ik wel mijn eigen
of laat ik alles voor wat het is
tot het over de drempel klotst
Dan zien we wel weer verder.

Bloem [geplukt]

Wat, wat zeg je van een veld
onder de zon, van het gras
een groep wilgen aan de waterkant?

Wat, wat zeg je van de oever
van de rivier waar een enkele boot
voorbij voer, waar insekten zoemden
waar wij zoenden
en meer van dat?

Wat, wat zeg je van dat veld
dat van geen wijken mocht weten
maar het veld ruimde
voor een herinnering?

Spiritus non sanctus

Mijn botten, bekleed met vlees en huid
Mijn aderen, darmen, ingewanden
en zintuigen en nagels, haren
Dat is het wel zo’n beetje
Al is het dan zonder mij
als je het zo sec bekijkt.

De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp – Rembrandt van Rijn

Pas

De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.

De groente

Ik drink en spui woorden bij de vleet
In het licht van de eeuwigheid
maakt het allemaal geen biet uit
maar misschien – ja toch, zeker –
ben jij toch meer dan een krop sla.

Onder de parasol (afkoelen)

De nacht maakt rechtsomkeert
als we elkaar treffen aan de bar
van onverdeeld genoegen
voorbij de maskers van alledag
een oogopslag, een hartklop dichtbij
de muziek en alles verdwenen
één sorbet voor ons beiden.

sorbet

Houvast langs de rand

Wie ben jij
die loopt langs de rand
van de afgrond waar ook ik
en waar ook wij
in de diepte zouden kunnen kijken

Ik lijk wel een beetje op je
als ik liever mijn ogen sluit
en liever naar houvast tast
liever mij verlustig
liever mij behaag, mij vastklamp
aan jou, jouw huid, jouw warmte
liever innig dan verloren.

 
 
 

Het bloed kruipt

Er was eens in de vroege ochtend
een moment dat ik werd geboren
waarna mijn navelstreng geknipt
werd en ik ademde voor het eerst
en ik nog naar leven hongerde
waar ik nu in tegenwoordigheid verkeer.

 
 
 

Kluizenaar

Ik bescherm mijn weke delen
Dat maakt mij hard
Dat maakt het hard
Ik laat je wel dichtbij, maar tot zover
Steeds minder
Met alle begrip van dien.

 
 
 

Moment

Onder mijn huid
nestelde zich onmacht en niets-
waardigheid. Hoe dik de huid, hoe
diep verankerd in mijn hart
Het doet zich gelden en wat slijt
en wat breekt?