Pas

De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.

De groente

Ik drink en spui woorden bij de vleet
In het licht van de eeuwigheid
maakt het allemaal geen biet uit
maar misschien – ja toch, zeker –
ben jij toch meer dan een krop sla.

Onder de parasol (afkoelen)

De nacht maakt rechtsomkeert
als we elkaar treffen aan de bar
van onverdeeld genoegen
voorbij de maskers van alledag
een oogopslag, een hartklop dichtbij
de muziek en alles verdwenen
één sorbet voor ons beiden.

sorbet

Houvast langs de rand

Wie ben jij
die loopt langs de rand
van de afgrond waar ook ik
en waar ook wij
in de diepte zouden kunnen kijken

Ik lijk wel een beetje op je
als ik liever mijn ogen sluit
en liever naar houvast tast
liever mij verlustig
liever mij behaag, mij vastklamp
aan jou, jouw huid, jouw warmte
liever innig dan verloren.

 
 
 

Het bloed kruipt

Er was eens in de vroege ochtend
een moment dat ik werd geboren
waarna mijn navelstreng geknipt
werd en ik ademde voor het eerst
en ik nog naar leven hongerde…
waar ik nu in tegenwoordigheid verkeer.

 
 
 

Kluizenaar

Ik bescherm mijn weke delen
Dat maakt mij hard
Dat maakt het hard
Ik laat je wel dichtbij, maar tot zover
Steeds minder
Met alle begrip van dien.

 
 
 

Moment

Onder mijn huid
nestelde zich onmacht en niets-
waardigheid. Hoe dik de huid, hoe…
diep verankerd in mijn hart
Het doet zich gelden en wat slijt
en wat breekt?

 
 
 

Overdracht

letters op het wit
klanken in de lucht
waar ik op doel
is jou gegeven
als het goed is
lopen we samen op
en komen nog ’s ergens.

 
 
 

Gesponnen

De bel voor het speelkwartier is gegaan
allang. Ik wordt geacht te spelen
maar kies mijn eigen tijd
ik kan het niet verhelen
gelukkig ben ik toegesneden
op wie mijn hart verblijdt

het speelveld is gemaakt
van spinsels uit ons hart.

–

 
 
 

Virtu

In geen velden of wegen
is er zon en ook geen
oliebollen, waar het de tijd
van het jaar ook niet voor is.

In geen velden of wegen
geen beer te bekennen
ik zou er nog van schrikken
als ik niet net had gegeten

In geen velden of wegen
een weg te zien, noch heg
maar jou weet ik hier
al is het werkelijk virtueel

met de moed der wanhoop
reik ik door het beeldscherm
en pak je in met woorden
een lint in je haar

de afstand klaarblijkelijk ogenschijnlijk.

–