Totdat ik op de klok keek
verkeerde ik
gelukkig in de veronderstelling
dat ik uitgeslapen was na zeven uur
Het bleken er slechts vier.
Totdat ik op de klok keek
verkeerde ik
gelukkig in de veronderstelling
dat ik uitgeslapen was na zeven uur
Het bleken er slechts vier.
De smaak van verdriet
vult als droge beschuit mijn mond
het beleg achterwege, ongegrond
verlangen naar een meerstemmig lied
Drink ik het water
dat ik eerder in tranen vergoot
neerwaarts ophoudt in kleine dood
opwaarts komt wel later
Nu de melodie berust in unisono
In gedachten streel ik je daar
In gedachten kus ik je daar
waar het verlangen spreekt
zo te strelen, te kussen
de zinnen overlopen
Het bij dromen blijft
Ze hebben niets om het lijf.
De nacht draait, het donker
valt zwaar, ik weet niet
hoe ver de sterren staan
hoe ver de zon die uit het zicht
is verdwenen op dit uur
van de waarheid wordt
geen spaan heel gelaten
van de droom, de boom
vindt in de grond zijn houvast
het water waar hij naar dorst.
Het licht valt wel binnen
en de warmte van de zon
omringt mijn hart, blijf ik
er buiten, van binnen
maar van binnen
de muren ondergraven
aanhoudend verlangen
van geen ophouden weet.
Als ik mijn ogen toe doe
houd ik het beeld voor ogen
hoe jij in de wereld kijkt
niemand ken ik
die meer de zon weerspiegelt
slaan de vlammen soms ver uit
de zonnewind door het donker wordt gedragen.
En ik dwaal maar door dit leven
dat mij schijnt toe te behoren
Ben ik begaan
maar weet me geen raad
met hoe het hier aan toegaat
de tegenslagen
voel ik me verloren
waar is het houvast
waar ben jij
ook al is ook jouw warmte
een illusie
weet ik niet, helemaal niet
niets zeker over een toekomstig
tijdloos verschiet
Mijn hart klopt hier en nu.
De nacht ging voorbij, onderbroken
en het kwam niet eens door jou
Het kwam niet door jou
dat ik nu ben gebroken
Dan was ik ook meteen geheeld
hadden we samen gereikt
naar de toppen van de hemel
en buiten adem die gedeeld
Dan was ik niet alleen maar leeg geweest
maar vol ook
ledig in jouw armen
Jij kwam niet
Niet in mijn dromen
Niet in mijn wereld van alledag.
Er komt geluid uit de boxen
en beeld schijnt op tv
Als ik opsta
en in de keuken
nog wat knabbelwaar haal
is de bank, blijft de kamer leeg
zo leeg, als ik vol van binnen.
Verregend zijn de dagen
tussen de druppels door
haalt men wel adem
een oceaan van lucht
Loop ik door, we door
gaandeweg de zon
onze huid verwarmt.