Tandeloos (een kerstgedachte)

sta ik met mijn mond vol tanden
als het jochie in mij vraagt
wat dan wel de zin is
– buiten deze –
van niet alleen maar dit leven
maar ook nog hemel en hel
al dan niet op deze aard

Met een beetje geluk
zo stamel ik
weet je er wat van te maken.

Mocht je nu hier zijn

O wacht, dat ben je, jij
die dit leest
en een beetje van mij
tot je neemt
Als je me niet kent
dan hoop ik maar
dat je niet mijn kop wil doen houden
– al ben ik daar wel gehecht aan, aan mijn kop –
Als je me niet kent
misschien heb je even tijd
in ons korte leven
een moment te delen wat kostbaar is
Ik houd van mijn leven
vooral als ik niet ongelukkig ben
en zelfs daarbuiten houd ik eraan vast
Zoveel schelen we denk ik niet
De smaak van een stuk ananas
De geur van vers gemaaid gras
Of van kaneel
Je lief die je aankijkt
Zo goed ken ik je niet
Ik geef je de hand
een omhelzing, wat je wilt
een kus als het je om het even is.
[En zo hier is het makkelijk gedaan]

 
 
 

Over leven en werk

Wie leeft om te werken is een slaaf
Wie werkt om te overleven is er iets beter aan toe.
Wie werkt om te leven nog wat beter
Wie niet hoeft te werken om te leven, is nog net niet best
En dan heb je ook nog diegenen die voor hun werk leven…
Dan heb je wat omhanden en ben je nog gelukkig ook

En, voordat ik het vergeet, er is helemaal geen recht, geen recht op werk, geen recht op leven zelfs, dat wil zeggen, niet buiten de afspraken en rechten om die we zelf voor elkaar weten te boksen. Rechten, plichten en moraliteit: allemaal van menselijke origine. Niks absoluuts aan. Dat kan zowel verontrustend zijn, als hoopgevend. Hangt waarschijnlijk ervan af hoe je in het leven staat. Wel…

Weet ik veel [jeuk]

Ik krab me op mijn hoofd
En dat terwijl ik weet
dat a) dat begrip “ik” ook maar
een begrip is dat het gemak dient
dat b) ik uit cellen besta, uit atomen en zo meer
zoveel meer dat er eigenlijk niets van overblijft
tot in de eeuwigheid en amen
[ook ‘niets’ en ‘alles’ vooronderstellen al een wereld
van dingen, terwijl er – nou ja – niets is
of toch alles
Ach, weet ik ook veel. ]
 
Los daarvan allemaal
kun je liefhebben, haten
boos zijn, onzeker
vertwijfeld, verlangen
naar bijvoorbeeld vertrouwen
steeds maar vragen om bevestiging
van zelfvertrouwen tot overschatting
En, oh, angst, laten we de angst niet vergeten
de aanjager van alle leven
en soms ook in de brouwerij.

 

Van één tot zes

Lang geleden
of kort
– het is maar hoe je het bekijkt –
of het allang voorbij is
of het wel lijden was
– of hoezeer –
1968 was het jaar
het jaar waarin ik ter wereld kwam
en de uitkomst
die laat zich raden.

Allicht [ Licht is er alleen voor wie niet blind is ]

Hoorde je?
Zag je ?
En vernam je er iets in van betekenis?
Al weet je dat zelfs de tekens
bijvoorbeeld E = mc2
voor velen niets zijn
zelfs geen tekens
zoals grotschilderingen ooit
niks betekenden voor wie het niet verstond
zoals bijvoorbeeld een goudvis
Mijn geluid en elk geluid
verstomt als het niet een weerklank vindt in jou.
Niets is er dat betekenis heeft
tenzij verstaan
zelfs als zou het verkeerd zijn begrepen.

 

Verscheiden

Eén van de zovelen
van de aarde verdwenen
en nergens meer
En nergens anders
dan op aarde in herinnering
niet tastbaar meer, niet hoorbaar
onzichtbaar, anders dan in beelden
Wie weg is, was gezien.

 
 
 

Erbarmen

Mijn god, de zon schijnt
ten minste zo, dat hier dan
het kleinste tot leven komt
en al het andere; al
is het eten en gegeten
worden, de schepping
van hemel en hel op aard
Mijn god, daar verbleekt
u bij ten ene male.

 
 
 

Wie zegt dat?

Al die voetstappen
of het nou is op asfalt, stoep of zand
of het nou is op bospad of het strand
Al die pootafdrukken gevangen in de aarde
fossielen van tijdperken her
uiteindelijk zullen ze nog meer weg zijn
nog meer weg en verkruimeld, opgelost
opgeslokt door lava
door de zon
niets overlatend van wat ooit
mooi was, lelijk was
leven was.
 
En wie dan niet meer wil
wie geen stap meer wil zetten
wie zelf dan de deur dicht doet
wie is dan degene die zegt
dat het leven wel van waarde
is, wie zegt dat dan met recht
wetend dat alles eindig is
tenzij in woorden en verhalen
die dat verhullen
een zwart gat bezweren
of een wereld toveren voor jou.

 
 
 

Herfst, achter in de middag

(vanaf het balkon)
Het meer ligt er weer bij
aan mijn voeten
Het zonnetje op mijn bolletje
laat me verkeren in de waan
dat ik nog jong ben
en misschien onschuldig bovendien
 
Met de zee vergeleken
blijven we allemaal piep.