Schemertijd
In de schemer. Maar was het nu
van de ochtend, was het van de avond?
Ik ben de draad verloren, tel
mijn knopen en zwem vrij een eind
weg naar het donker, naar het licht
houd ik het vergezicht voor ogen
de grond die me voor de voeten komt
van geen ophouden weet.
Beter is het leven niet
Zou men niet willen afslaan
de gebaande weg verruilen voor het onverharde pad
of onder het licht van de sterren
zijn weg willen vinden
door het ongebaande veld, door het bos
en niet bang zijn in het donker?
Zou men niet de beschaafde wereld achterlaten
eten wat men voor de voeten komt
en een vol leven leiden op de koop toe?
Zou men niet willen afzien
om te overwinnen
aangewezen op elkaar
en door te zetten
dat de kinderen nog verder gaan?
Over
Weg, helemaal
op de achter gelaten sporen na
en de herinneringen
Mocht je naar de hemel gaan
ik heb geen flauw idee
waar die mag zijn
Hier gaan we door
draaien we door
met hartstocht ’t leven te omhelzen
Daar zou je toch een lief ding voor geven.
Meer dan de som
Weet je niet
hoeveel bij elkaar opgeteld bedraagt
het aantal sterren en de zandkorrels op het strand
de regendruppels en de haren van je lief
en van het aantal bultjes van het kippenvel?
Weet je dan
hoe te leven en je te laten overweldigen
en je in huiveringen te laten gaan
onversaagd.
Min en meer
Een ambulance nadert met sirene
Binnen ligt een mens
Toonbeeld van eindigheid
Ben ik even nergens
Wat maakt dat toch een leven.
Je-dat
Waarom zou je zeggen
dat je denkt aan hem, aan haar
als je ’t ook kon maken
dat ene kleine gebaar
zij het in woorden
zij het met een blik
of een aanraking die meer zegt
dan die woorden die ook wel gemeend
maar luidkeels spreken van machteloosheid
om te zeggen
dat je niet veel anders bent.
Aangestoken
Wat mooi is,
om je aan vast te klampen
om je te laten optillen
om op wolken gedragen
door je tranen heen te lachen
en je eigen vaste grond te scheppen
waar we samen kunnen dansen.
Gestrand
Het zand stuift en trekt
zich nergens wat van aan
het kruipt
overal tussen je kleren
in je koffie en het brood
elke hap knerst
doet een aanslag op het glazuur
van je tanden en kiezen
maar godverdomme wat een leven.
Over lijden
Helemaal alleen
in huis, op een eiland
Zo zijn wij ook
uiteindelijk, op ’t laatst
als het verstand het af laat weten
moge het dan zijn
met een gevoel van vertrouwen
met een gevoel van aanvaarden
dat het niet goed is misschien
maar ook niet verkeerd.

