Overleden

Ook jij bleek al niet eindeloos
en welk lijden, jij leefde meer
Laten wij daarom één nog
op het leven drinken
bij 26 graden en een strak blauwe lucht
Dat had jij vast graag gemogen.


I.M. Bert Bekkers, Schiermonnikoog

 
 
 

Droomvlucht

De nacht draait, het donker
valt zwaar, ik weet niet
hoe ver de sterren staan
hoe ver de zon die uit het zicht
is verdwenen op dit uur
van de waarheid wordt
geen spaan heel gelaten
van de droom, de boom
vindt in de grond zijn houvast
het water waar hij naar dorst.

 
 
 

Afbrokkelende muren

Het licht valt wel binnen
en de warmte van de zon
omringt mijn hart, blijf ik
er buiten, van binnen
maar van binnen
de muren ondergraven
aanhoudend verlangen
van geen ophouden weet.

 
 
 

Middagpauze

Het licht strijkt, waar de wind
haar sporen naliet, geknakte
takken en afgebroken takken
een mussenfamilie laat zich horen
een reiger vliegt op bij mijn nadering

ik hoef niet verder
onderbroken is mijn zoeken
dit begin van de middag.

 
 
 

In een hartklop

En ik dwaal maar door dit leven
dat mij schijnt toe te behoren
Ben ik begaan
maar weet me geen raad
met hoe het hier aan toegaat
de tegenslagen
voel ik me verloren
waar is het houvast
waar ben jij
ook al is ook jouw warmte
een illusie
weet ik niet, helemaal niet
niets zeker over een toekomstig
tijdloos verschiet
Mijn hart klopt hier en nu.

 
 
 

Ongekend

Het graan teneergeslagen
Daar aan de rand van de akker
Hoe graag zou je
de geknakte halmen stuk voor stuk
willen oprichten, maar
er is je geen tijd gegeven
geen eeuwigheid
deze oogst is verloren
het onrijpe groen voor de vogels
voor de aarde
wat rest

niet alleen, niet alleen

En de weg leidt
desnoods elders
ook al stuift het zand
ook al slaat de bliksem
naast je voeten in
ook al doorweekt de regen
je en schroeit de zon je

desnoods elders
waar ’t net zo goed
uitmonden kan in mooi.

 
 
 

Tada

Het hoofd raaskalt opbeurend
ik mijn woorden neerkrabbel
waar de appels ver zijn te zoeken
de liefde is me verschoond gebleven
tot ze haar opwachting maakt
in vol ornaat bijt ik op een houtje
en kauw ik mij een toverstaf
en laat het woorden regenen
stukjes die wachten wortel te schieten.

 
 
 

Knop omdraaien

Deed ik eerst mijn ogen dicht
en een moment later weer open
moest ik kort door het donker lopen
zie een knop en het was weer licht

Was het ook zo makkelijk figuurlijk
zat men nooit in zak en as natuurlijk.

 
 
 

God, zo saai

Al zou ik de wind beheersen
had ik de bliksem in mijn macht
het gezag over de wolken
en ook de zon aan mijn wil onderhevig was

Ik zou het laten gaan
Nooit meer
zou een regenboog mij verrassen.