Jaarwisseling 2010

Zo rond het midden van de nacht
het jaar 2010 mij toelacht
– ha, ha, wie ’t laatst de tanden bloot –
meer van ’t zelfde in de schoot
Of er zou een lot uit de loterij
Geld is niet waar ik aan lij
Hier is ’t winters, daar is ’t zomers
Stuk voor stuk dagloners

De eeuwigheid is niet te koop
De tijd neemt met ons haar loop.

 
 
 

Uitgeteld

Vele dagen heb ik wel geteld
Het kan niet op
Men kiest de vlucht naar voren
aan de leiband van ’t grote geld
gokt men munt of kop

En dan is plots of iets minder snel
Voor iedereen het einde daar op de top
Eigenlijk niet van hun kunnen
Met een lieve duit gaat het sprookje uit
Wie trekt aan de bel?
Is het tijd voor een noodstop?

 
 
 

Leven

Geen idee schiet mij te binnen
wat te doen aan wie ook maar ademt,
die de dood vindt
of uit mijn zicht verdwijnt

Eindeloos gaat het ook niet door
Eindigheid zet er een punt achter.

 
 
 

Terstond

Zo ik ze heb genoten,
gedachten en gevoelens zoals een wezen
met zogenaamd zelfbewustzijn heeft:
aanstonds zijn zij er niet meer

Hoop ik ijdel: de maan over ons waakt
en allicht de zon het oosten kust.

 
 
 

De moeite

Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.

 
 
 

Momentum

Men wordt geboren
Men gaat dood
Is het allemaal lood
om oud ijzer, van de hoge toren
blaast men of vanaf begane grond
Van de tijd verliest men even goed terstond.

 
 
 

Zon op, zon onder

Talloos zijn de zonsondergangen
alleen al aan dat ene strand
Ben ik nu op het punt beland
dat ik verzand in eindeloos verlangen.

Laat mij meevoeren met de wind
over de rand van de horizon uit het zicht
verstrooid uiteindelijk in partikels licht
ben ik dan een golfkind.