Over oorlog, macht en (internationaal) recht

peinst (nav bv. de aarzeling om de 210 miljard in “het westen” gestalde russische tegoeden te geven – eigenlijk zelfs alleen maar te lenen – aan Oekraïne ) – niét een zondagoverpeinzing:
Ja, je hebt oorlogsrecht, maar in weze is en betekent oorlog het overboord gooien juist van welk recht dan ook, waarbij (oorlogs)handelingen alleen beperkt worden naar “willekeur” , naar eigen goeddunken, van betrokken oorlogspartijen.
Als iedereen zich aan (internationale) regels en afspraken zou houden en bij confilicten zouden blijven afzien van geweldsmiddelen en het recht van de sterkste, dan zou er geen oorlog zijn.

Een oorlogvoerende patij, met name een agressor, kan en zal best wel zich (nog) bv . aan bepaalde in het verleden afgesproken verdragen houden, maar alleen voor zover daarmee het eigen belang gediend blijft, naar het eigen inzicht. Niet gezegd trouwens is dat dat zelf ondervonden eigenbelang ook rationeel zou zijn; integendeel wellicht.
Recht, rechtvaardigheid, wetten en regels bestaan alleen bij afspraak en zijn geen natuurwetten; hoewel wel ergens in de (menselijke) natuur verankerd – de mens is een sociaal wezen, maar dat wil niet zeggen dat mensen niet ook gericht zijn op zelf behoud, macht en aanzien, maar ook gekenmerkt worden door het verlangen geliefd te zijn, in verbinding te staan; de mens, de natuur, is complex wat dat betreft. Maar waar afspraken zijn gemaakt, kunnen ze net zo goed weer worden ontbonden of overtreden, kunnen partijen die eerder die afspraken hebben gemaakt, zich later net zo goed zich helemaal niks meer aantrekken van die afspraken. Partijen kunnen zich net zo goed weer buiten de orde plaatsen.
Oorlog betekent, denk ik, het terug vallen op het recht van de sterkste. En, nogmaals, voorzover het het (zelf waargenomen) eigen belang dient, zal men zich min of meer houden aan afspraken, aan (internationaal) recht.
Als één partij, de agressor meestal, bereid is veel verder te gaan in het loslaten van recht en regels, dan de andere partij(en), dan zal die eerder de overhand krijgen, tenzij de andere partijen (de verdedigende) zoveel macht en kracht hebben of verkrijgen, dat men voldoende tegewicht kan bieden of zelfs de overhand kan krijgen, met behoud van een zekere moraliteit, zelfs met het blijven naleven van (oorlogs)recht. Maar als men die macht en kracht niet genoeg weet te houden of te verwerven, dan delft men het onderspit tegen de agressor die bereid is wel (veel) verder te gaan, tegen welk recht en moraliteit dan ook in.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *