Zullen we elkaar zien dan
is het hier of is het daar?
Als het is met het hart ontbloot
dan is elke plek ter wereld
een kamer naar ons zin
de tijd gevangen in onze schoot.

Foto's en andere waar
Zullen we elkaar zien dan
is het hier of is het daar?
Als het is met het hart ontbloot
dan is elke plek ter wereld
een kamer naar ons zin
de tijd gevangen in onze schoot.
Van die fijne dagen, daar trekken
weer en wind zich niets van aan
het feestklimaat krijgt heel ruim baan
ook al is het van de gekken
want hebben velen niets te vieren
is de aarde straks ook nog aan de dieren.
Voordat ik me in 2012 stort
toch ’s kijken wat er aan schort
Om te beginnen zit niemand op mijn lip
daarvan wordt ik alvast niet sip
Ook m’n natje en m’n droogje zijn geborgd
daarvoor wordt allang gezorgd
En wakker ben ik ook al vaak genoeg
in 2011 soms meer dan ik verdroeg
Anderzijds is het volgende niet weg
ook al raak ik er van de leg
Een beetje meer licht, een beetje meer kleur
geef me de sleutel maar van die deur
Hoe dat uit zal pakken is de vraag
die pak ik volgend jaar wel bij de kraag
Ondertussen drink ik er één voor m’n plezier
Ik vat de horens wel van de stier.
Tegen enen, in de vroege morgen
Donker en je gedachten alle kanten
opgaan en je steeds terug keert
tot jezelf en de wereld buiten
de woorden voor je ogen
van eigen hand
gaan ’t verstand
te boven
en je bespeelt jezelf.
Zo-even reikte ik zo hoog
dat ik het blauw kon kussen
van de lucht, geen wolken
in de verste verte niet
en met de kom van mijn handen
bracht ik het water
naar mijn mond uit een bergmeer
en vloog ik met de meeuwen
en verder dan zij
totdat mijn vleugels smolten
van gelukkig hartzeer
landde ik in jouw verlangen.
De eend, de vogel kwaakt niet meer
als zijn veren zijn geplukt
De auto op zijn vering springt
als het gaspedaal wordt ingedrukt
De kerstboom veert in de achterbak
hem is het lot beschoren
dat men o denneboom zingt
terwijl hij een spar is naar behoren.
Nee, ik fietsde niet, ik zwoof
zo bleek er in de tijd een kloof
was ik van daar opeens maar hier
vond ik in de wolken mijn vertier
Het geluk dat viel me in mijn schoot
dat nu staat aan op de autop’loot.
Zoals je de zon niet kan dwingen
noch de aarde in haar baan
Zo in vruchtbare aarde
je woorden vallen
maar hoezeer ook, het reikt
maar tot zo ver, zo hoog
als het niet wortelt, dat
dat verlangen, dat onvervuld blijft
als het gras wordt weggemaaid
als de voorjaarregens al voorbij
als de kou weer in de lucht
als jij daar, ik hier verzucht.
De geluiden van de stad verderop
Het schorre roepen van een fazant
Door de rust bevangen
legt ook mijn verlangen
zich neer bij deze wijdsheid
ook al verlang ik naar nog meer
laat ik maar in het midden
de vraag waar het toe leidt.
Het pad ligt open, zo ook de poort
als je de sleutel weet te vinden
of anders gooi je een steen
door het raam
Als jij het bent
dan maakt het niet uit
hoe je binnen komt, binnen
is al wat telt
zodat we samen kunnen vluchten
vliegen op de vleugels van verlangen
naar die plek, een korte wijle lang
om te vertoeven
te proeven van elkaars bestaan.