Vanuit de buik

De winterstorm door de straten jaagde
geen blad te bekennen
die waren opgeruimd en netjes

tornde ook ik daar opgeruimd op
tegen de wind in en met de wind mee

die dag nog net niet in het water viel
die dag van opgeblazen nieuws
die dag dat ten minste één toch opgelucht

adem ik uit
en ook weer ingelukkig in.

 
 
 

Handtastelijk

Als mijn handen de jouwe
die van jou de mijne

als je dan streelt
ik van geen ophouden weet

als je me kust
ik laat mijn lippen je beroeren

als je mijn ogen steelt
vind ik blindelings jouw schoot

als je me proeft
jouw huid gloeit mijn zinnen

volgen jouw zinnen
en lopen over in elkaar

tot we niets meer weten
tot het smachten is voltooid.

 
 
 

Op mijn lief

De nacht licht op, de rook
volgt en de geur van zwavel
verplettert mijn zinnen en neemt mij
mee naar onbekende verte waar jij
verblijft en ik zet het volume
nog eens zo hard en ik drink
nog eens zo hard op het nieuwe jaar
en nog eens valt het mij hard
en verheug ik mij even zeer.

 
 
 

Vaste grond verlaten

Door woorden gegrepen, vleugels gekregen
over de drempel, zomaar een sprong
in het diepe, de afgrond in, het blijkt
een hoogvlakte, een vergezicht dat uitzicht
biedt op alweer een nieuwe horizon
de vaste grond zo vast nog niet
dat ik me er door laat binden.

 
 
 

Mijn hart bij jou

Mijn hart is bij jou, twee kamers
vol verlangen stroomt
als vanzelf jouw kant op
stroomt onvermijdelijk en kust
je lippen en dorst naar meer

Als een boom
die zijn kroon uitspreidt
over de vijver waar hij wortelt
in de diepte, in de grond
er zijn genoegen aan beleeft
zolang de zon niet te lang, te zeer
schijnt en het water vlucht
stroomt mijn verlangen
en put uit jou.

 
 
 

Spons

Hoe groot nu is dit kleine hart
dat wacht

als een spons in de woestijn
de kleuren van weleer verschoten
in de herinnering besloten
hoe ’t was eens levend

’t vocht van speeksel
de morgendauw, en spuug je
zwelt het eens te meer
het zweet des aanschijns
drinkt het gaarne en geeft
terug verschoond van hartezeer.

 
 
 

Op 2012

Het is tijd voor wat woorden
zo’n beetje veelzeggend over
de dingen die in het leven boorden
hoe de tijd komt als een rover

die steels alweer een jaar van ’t leven pikte
echter ook zo af en toe zich naar je schikte

die momenten dat alles op z’n plaats viel
ook die vallen te gedenken
vreugde, verdriet, die raken de ziel
die zijn het niet, die ’t leven krenken.

 
 
 

Tastzin

Mijn handen op elkaar gelegen
in mijn schoot, delen
alleen elkaars warmte
bij jouw ontstentenis
het gemis aan jouw huid
het voelen van jouw wezen
de tastzin naar jouw bekoring.

 
 
 

Stil ving de avond aan

Stil ving de avond aan
en schonk ik mijzelf in
en proefde op mijn tong
de wijn en mijn verlangen
zoals het licht flonkerde
in het dieprood nat
zo had ik het nog niet gehad
dronk ik langzaam, dronk ik
nog wat meer, de nacht
duurde te kort, te lang
voordat ik in slaap mijn rust vond.

 
 
 

Klinkend

Echt, ik kan me niet heugen
dat ik zoveel dronk met volle teugen
en van die thee zozeer genoot
Ga ik toch over op dat rood

van de wijn, dat geestrijk vocht
in zoveel smaken en terstond
met het walsen in mijn mond
doet het verlangen al z’n intocht

samen te klinken op de avond
dat ook de woorden zomaar stromen
hoger dan de toppen van de bomen
in de nacht tot aan de morgenstond.