Ontknoping

Dit zijn woorden:

Laat ik je kussen hier en daar
de knopen van je blouse
los en je ontdekken
stuk voor stuk
laag voor laag
doe je met mij
wat jij wil
tot op de bodem
we elkaar vinden

Laat ik je kussen daar
waar jij verlangt naar meer
Laat ik je kussen nu
dat jij komt op vleugels
Laat ik je kussen straks
als we liggen in overgave.

Dat zijn de woorden.

 
 
 

Amechtig

Soms zoekt men iets, zoiets
wat buiten al je perken gaat
meer dan alleen maar
de bloemetjes buiten zetten
zogezegd, is ’t nog niet gedaan
voorbij de pas op de plaats.

 
 
 

Plompverloren

In de woestijn is het niet noodzakelijkerwijs
slecht toeven, als de hele wereld
in brand staat, het water tot aan de lippen
dan is toch alles mooi betrekkelijk.

 
 
 

Lievelingswens

Bezig ik nog deze laatste woorden
voordat ik mijn waken opschort
totdat in de morgen ik word gekust
door de lief van mijn dromen

Heb ik het laatste glas genoten
valt er nergens meer op te drinken
dat meer zegt dan ik zoëven zei:
mijn lief, je bent toch het meest van jezelf.

 
 
 

Voor nu

Je weet toch, de woorden
die niet over mijn lippen komen
opgeslagen liggen in mijn hart
dat ook voor jou blijft kloppen

de weg die ik afleg
ook al gaat zij van jou
weet ik je aanwezig
tot wel of niet
onze voetstappen kruisen.

 
 
 

Op pad

Een dertigtal witte ganzen
remden mij af op het fietspad
Een zwanenfamilie trof me
in het donker in de sloot
Veel meer had de nacht
niet te bieden
buiten mijn verlangen om.

 
 
 

Eenzaam

Hoe stil kan het wezen
als je alles wel hoort behalve
dat ene geluid waarnaar je taalt?
Hoe leeg kan het zijn
als je verkeert in bont gezelschap
maar je hartsverlangen ontbeert?

 
 
 

Met de wind in de zeilen

Een  meer zou ik je willen geven
en zo meer, als één daarvan
je dorst niet mag lessen
en als ook dat het gat niet vult
dan alle rivieren, alle zeeën
Mocht dat nog steeds niet baten
dan zou ik dat wel willen:
je terug te geven aan jezelf.

 
 
 

Stil gelegd

De slaap slingert zich een weg
door de kronkelpaden van mijn brein
mijn ogen vermoeid en brandend
uitkijken op de wereld, bijna
zonder nog iets op te merken
het lichaam ongemerkt doorgaat
kom ik morgen wel weer tot leven.