Op de tast

Als ik mij in het donker verloren waan
hoor ik jouw stem mij roepen
jouw adem in deze ruimte
geeft me lucht en op de tast
laat ik mijn binnenste buiten
vergezellen van een kus.

 
 
 

Vallende sterren

Laat ik de avond achter me
de nacht haar opwachting maakt
Rondom jou mijn gedachten dwalen
waar in de ene kamer van mijn hart
mijn verlangen zetelt,
in de andere jouw geluk
mag je met een lach, een traan
je leven wel verhalen.

 
 
 

Wissels

Zie ze uit het zicht verdwijnen
om nog even verder te gaan
als het mee zit
door andere passanten vergezeld

te kort, te kort, het mag niet zo
zijn, er zit niets anders op
dan die momenten te bewaren
voor de eeuwigheid.

 
 
 

Ben er maar wijs mee

Bij de dag zie ik meer voorbij komen
dan als ik me blind staar op morgen
Bij de dag is elke nacht
er één dat ik rusten mag
elke ochtend een verrassing
ook al blijven de bomen onbewogen
het riet vooralsnog groen
menig mens z’n menselijke trekken
blijft vertonen, wellicht
ben ik vandaag wel wijzer.

 
 
 

Najaarsverwachting

Nog meer dan een handvol bladeren
zie ik in het voorbijgaan aan de bomen
minder ontelbaar dan aan de grond
– maar dan nog –
ze worden mooier bij de dag

Tel ik de dagen af naar een volgend jaar
dat zomaar anders zou kunnen gaan
ook al kleurt alles straks weer groen.

 
 
 

Door het donker

Hoorde meer dan alleen
de geluiden die voorbij kwamen:
de wind langs zijn oren
het suizen van de banden
het ruisen van het riet zomaar
bij de sluizen in de stad
was ik onderweg al thuis.

 
 
 

Woordenvlucht

De woorden zijn niet van de lucht
ook al worden zij door lucht gedragen
met jou pas nemen ze een vlucht
waarheen ik eerder was gevaren

door een zin gegrepen, meegenomen
naar een eiland van betekenis
een korte stonde aan de dis
met de taal van onze dromen.

 
 
 

Langs het kanaal

Van deze dag krijg ik niet genoeg
weet ik me zeker en bemind
en zag ook nog het stille water
die de wereld spiegelde van de wal
de wind rustig golfjes blies
ergens is het altijd later.