Een beeld mag mooi zijn
Een geur heerlijk ruiken
Verheffend de muziek
Maar schoon is ook zeker
als men verstaat
wat men onbesproken laat
als de zin achter het schrift
in het hart wordt gegrift.

Foto's en andere waar
Een beeld mag mooi zijn
Een geur heerlijk ruiken
Verheffend de muziek
Maar schoon is ook zeker
als men verstaat
wat men onbesproken laat
als de zin achter het schrift
in het hart wordt gegrift.
De breekbaarheid van het leven
Ik er nauwelijks raad mee weet
Dat is de dood om het even
Dat we delen, dat menselijk leed.
De kou deert niet, de mist incluis
Flarden vliegen mij om de oren
Mijn wielen zich doorgaand boren
Weet ik een welkom thuis
zonder weerga in het veschiet
mis ik alleen het alleen zijn niet.
Mijn hart is vol, mijn hoofd loopt over
van gedachten, woorden, die meer
en meer een werkelijkheid scheppen
een droom die los raakt van de wereld
een vlucht neemt
waar jij en ik achter blijven
aan de uiteinden van een regenboog.
Kiest ten lange leste
bij gebrek aan ’t nachtbeste
maar beter voor ’t nachtgoed
dat ook heel aangenaam aandoet.
Het licht niet wacht
ook al keren we in de nacht
het de rug toe, met overgave
we het zoeken bij elkaar
en soms, soms het langs komt
in een droom, tot de morgen
ons weer verlichten mag
met een kus, een handgebaar.
De put kan mij gestolen worden
hoogstens in bezonken stemming
Voorbij aan opgelegde remming
ga ik beschonken over horden
Ook al mis ik dan een rijbewijs
ik daarboven uit verrijs.
Viel als een blok, het restant
van een eens zo jonge loot
word ik opgenomen in je schoot
heel en al bij zinnen, ’t verstand
voorbij, stijg ik uit boven mijzelf
houd me vast, maak ik je vast
even licht, ik het onderspit delf.
Viel als een blok, het restant
van een eens zo jonge loot
neem me in je schoot en kus me
tot in de hemel in een instant
stijg ik boven mijzelf uit, houd me
vast en ik maak je vast even licht.
Het laat zich niet dwingen, dat wel
te rusten, de wensen die niet te tellen
zo vaak onze dromen vergezellen
zo veel meer niet dan een varensgezel
jong, oud, arm of rijk, hongerend, dorstig
naar het licht, sluiten we onze ogen
waar we ook de dag op mochten bogen
mogen we het leven graag rondborstig.