Opgepoetste morgenstond

Nog even te gaan voordat de morgen
aanbreekt met het piepen van de wekker
als ik wakker word, weet ik me lekker
onder de dekens in halfslaap geborgen

Gooi ik mijn benen overboord
buig ik me welgemoed over van die vragen
zoals welke kleur sokken ik zal dragen
op deze dag ben ik onverstoord

Zelfs zonder koffie in de mik
ben ik zo wakker als wat
en voel ik me reuze in mijn schik

Waarom het echter geen goud is, is dat
moet ik bekennen met een snik:
jij ligt nu ver weg in andermans bad.

 
 
 

De zee zit er niet mee

Als de zee wijkt dan wil ze
opkomen met groter gemak in grotere golf
voorbij het kussen van de kust lust ze
overrompelt ze en overweldigt ze
in wilde baren met wat in haar is gevaren
al het leven binnen handbereik
voorbij de stilte, die ondergaande zon, dat ochtendgloren.

 
 
 

Verguld

Zag nooit een grotere bloem dan toen
ik werd opgetild en door het licht vloog
de bladerkroon van die boom opleefde
elk blad, op sterven na dood, opflakkerde
de zon doorliet recht in mijn oog, in mijn hart
en de schaduwkant de wereld alleen vervolmaakte.

 
 
 

De harde realiteit van dromen

De woorden zijn vergeven
de daden zijn gedaan
een ander verhaal valt te weven
als gedachten uit dromen gaan

waar flatgebouwen op handen lopen
een eend fluistert in je oor
een geliefde gaat je voor
raak je in de woestijn bezopen

stop je een trein met blote handen
een madelief uit je navel springt
legt de kermis je aan banden

midden op het plein een haan zingt
als vogelverschirikker in alle standen
je je door regenbogen weet omringd.

 
 
 

Ongehoord

Met woorden kom ik bij je binnen
ga ik over op een andere taal
woordeloos wil ik je minnen
maken we een nieuw verhaal

waarvan de opmaat al heeft geklonken
we van elkaars lippen hebben gedronken
proeft jouw zweet zo zoet als honing
een vergeten wereld als beloning
waar we samen komen en maken
van elk moment een slotaccoord.

 
 
 

Tak en blad

Half kaal toont de boom al
zijn takken, zijn bladeren
trillen broos hypnotiserend
in een gestage wind
nog even pak ik dit moment
voordat de winter tussenbeide komt
voordat het geraamte
zich onverbloemd laat zien
blootgesteld aan de kou
als wachter voor de zomer.

 
 
 

Van verlangen sprekend

Jouw lippen spreken tot mij in kussen
in jouw kussen een wereld besloten
de wereld gaat er van tussen
als we ons onverdroten
overgeven aan naakt verlangen
gevangen in de schoot van leven.

 
 
 

Herfstig broos

Berijpte velden groen, nevelflarden
boven de sloten, zolang als de zon
over het herfstlandschap veegt

Bladeren omcirkelen op de grond
de stam van hun boom
spreken van stilte
van een nacht als een droom.