Vruchtgebruik

Alle mensen nog ’n toe, het zijn er
nu al een stuk of wat miljarden
en een klein beetje meer
in de loop van de tijd geweest

en hoe men ook tracht
een stempel te drukken op de tijd
een vruchteloze bezigheid
Beter doet men omgekeerd
en plukt de dag aan flarden.

 
 
 

Zie aan

Het speelt zich af op alle fronten
neem dat voetstoots van mij aan
het leven onder het juk van de tijd
gekastijd, of vederlicht door haar
gestreeld, van blad dat ritselt
tot een bliksem die het splijt.

 
 
 

Beleving

Heel lang heb ik het niet gemaakt
om eerlijk te zijn nog geen enkele tel
maar zelfs al leefde ik honderd jaar
de tijd, die zegt maar zozo.

 
 
 

Een wereld van verschil gedeeld

Hier zit ik maar zo te wezen
Jij daar en met jou tallozen
verblijven ergens anders
waar ik geen weet van heb
Een vermoeden hoogstens
van hoe sommigen, velen
en jij in het bijzonder
nu uitbundig leven
(daar de wereld mooi van wordt)

 
 
 

Uit en thuis

Slechts een tinteling van regen
werd ik gewaar, een mist
zo fijn, dat verder alleen mijn glazig zicht
in druppels werd verdeeld
in windstilte verplaatste ik de lucht
kwam ik steeds dichter bij later
alleen thuis, met een hele wereld
om mij heen, het leven zucht
in een web van dwarsverbanden.

 
 
 

Herfstgang II

Stak mijn neus buiten de deur
werd getroffen door de herfstgeur
van natte bladeren vol kleur
op de grond en aan de bomen
drijvend op het watervlak
al vergaand op hun gemak
of tot de wind ze meeneemt
naar de plaatsen van mijn dromen.

 
 
 

Herfstgang I

Stak ik mijn neus buiten de deur
de geur van de herfst in vochtig blad
tilde mij op, ik door de ochtend vloog
onder de hemelen door. In het westen
nog het wegtrekkend zwart, in het oosten
het lichtende blauw, een enkele wolkenband
en het oker van de nog onzichtbare zon.

 
 
 

Stond in de morgen

Onafgerond zijn de verhalen
die ik in de morgen vind
ik kan er nog wel wat sjeu bij halen
bij het ochtendgloren ga ik gezwind

Misschien dat ik u ook wel tegen kom
roert u zich dan met luide trom
of als dat te veel is van het goede
zeg in het voorbijgaan zacht gedag
mag men zich verheugen in een glimlach
biedt de dag meer dan ik bevroedde.

 
 
 

Bevlieging

Wil ik met jou de stad in gaan,
ja, hand in hand door de straten
dwalen en steeds weer stil staan
om de wereld, om de wereld
te verkleinen tot ons beiden
krijgen we van kussen niet genoeg.

 
 
 

Van kleur verzadigd

Als bloemen bloeien in duizendvoud
het oog verzadigd van hun kleur
heb ik toch maar oog voor één
die al de bloemen doet verbleken
die de adem beneemt en vruchteloos
elke poging haar te snappen
zo ijlings, vluchtig ze beweegt
zelfs als ze zich vlijdt in het gras
is er geen houden aan

Liever laat ik haar vrij gaan
vlieg ik met graagte met haar op
raken onze vleugeltippen
vouwen zij zich om elkander heen
kussen onze lippen
voor een moment of twee
met z’n twee
is de hemel niet meer
dan wat losse letters.