Gegeven

Als vanzelfsprekend in mijn huis
lagen we zij aan zij in de kamer
lagen we op onze zij in de zon
elkaar aankijkend handen tastend
bij elkaar de warmte vonden

In de kamer nu alleen het zonlicht
dat door de gordijnen valt
de lege plek verlicht op bed
alleen het ruisen van de bomen
van buiten op de achtergrond
de warmte die ik niet meer deel.

 
 
 

Mensen nog ’n toe

Je kent het patroon van doen en laten
hoe mensen liefhebben en dan haten
in de spiegel niet zichzelf zien, in beeld
hun opgepoetste zelf, met het eelt
op hun hart naar de ander schoppen
Dat weet je en toch valt het niet te stoppen.

 
 
 

Grensverleggend

Een vogel vliegt gerust door de lucht
Een vis uit en in ’t water in een zucht
Maar in lava is het nog steeds slecht toeven
Ook de mens vliegt er in de hens
En gelukkig dat we niet in zwembroek hoeven
in de ruimte, daarvoor missen toch de fans.

Hij begeeft zich in steeds dieper water
Of ligt voor ons uiteindelijk een optater
in ’t verschiet van zeven sloten en een kater?

 
 
 

Verwaaid

De afstand is zo groot nog niet
dat je niet in gedachten bij me bent
Meer gewicht dan zo een vluchtige
aanraking is uit het zicht
waar een wereld tussen ons ligt
blijven de woorden zweven.

 
 
 

Waarlijk

Er is leven nadat men is opgestaan
in de keuken weer diezelfde kraan
en men vond die rode knop
De koffie ten ene male weer in de dop

 
 
 

Gevlonderd

Opeens slaat daar de stilte toe
Mijn hart slaat over als een tel
of wat geen kindergejoel meer
de bomen niet meer ruisen
geen gefluit van vogels meer
geruisloos een libelle helikoptert

joggers zich daar een ongeluk zweten
ik aan het stretchen ben op de vlonder
waar ik doodstil gezeten me laat gaan.

 
 
 

Hoe het leven een loopje

Haasje repje ging ie in een sneltreinvaart
naar de automaat en kwam te laat
daar was ie altijd al om vermaard
Mooi dat hij nu wel voor het altaar staat

Ontmoette haar op een verder leeg perron,
de in blauw en geel getooide, NS’ honnepon.

 
 
 

Ertussenin

Steeds doem je op in je woorden
en in de stiltes die je laat vallen
en ik blijf maar naar je willen reiken,
opeens weer helemaal geen wijken
Wat er aan de hand is, is niet veel.

 
 
 

Doolhof

Is er ergens een verborgen plaats,
een open plek in het bos, in de duinen
of een afgelegen inham aan de kust,
water waar we in kunnen staan,
alleen wij tweeën,
waar we de bodem voelen wijken
en zomaar kopje onder gaan
waar we de zon op onze huid
voelen spelen, haar warmte delen,
of ergens een kamer, een tuin,
die we onze eigen wereld kunnen maken?