Voor de vuist weg

Dommelde even helemaal weg
met mijn handen en benen over elkaar
Was even van de leg:
Welke hand, welk been nu boven lag?
Is dat niet raar?

Wat was er aan de hand?
Moet ik twijfelen aan mijn verstand?
Of geef ik me over aan hun gezag:
gaan waar ik van dromen mag?

 
 
 

Klievend

Generaties lang grauw leven
Brood en spelen het af laten weten
Sappelen om rond te komen
Leven is er niet bij
Drank en drugs voor het oprapen
Geen ouder die nog tijd heeft
Hangen op straat
Scheuren op straat
Gokken en maar één manier

om je nog wat te voelen
voor jezelf, voor de ander
en vooral die gegoede burgers
laten weten dat je er ook nog bent

Onverschilligheid en vernielzucht
ingesleten gewoontes
zo ingesleten als de drang
tot voortbestaan, tot seks.

 
 
 

Bij al het water

De zee kijkt nergens naar uit
Dat is slechts voorbehouden aan hen
die zich ophouden aan haar randen
aan hen die ze op haar wateren duldt

Nergens anders bekruipt de mens
zo een diepgaand verlangen
waar de zee met haar golven
gedachten gedachteloos omhult

Proef ik aan het zout van tranen
haar stromingen, kolken en dralen
weet ze watervlug te verhalen
van wat onze harten beweegt

Of het is de eenling die stil staat
Of het zijn de geliefden samen
De bootgasten achter de horizon
Bloot aan de handreiking van de zee.

 
 
 

Lustig groen

Het zijn de hoogtijdagen van het groen
wanneer de wind nog vergeefs rukt
aan de bomen, onder takkeweer gebukt
laat men toch niet zijn tijd verdoen

aan hopeloosheid, nog dagen zat
zich te verlustigen aan de zomer
wat zich aandient voor de dromer
de herfstbode nog in het vat

Onder deze zinnen wordt geschaard
wat met de nodige warmte gaat gepaard.

 
 
 

Groen van de natte zomer

Het zijn de hoogtijdagen van het groen
wanneer de wind nog vergeefs rukt
aan de bladeren van de bomen, het takke-
weer niet definitief een voorbode
van de herfst, zo mag men hopen

Nog wat dagen in het verschiet
om zich te verlustigen aan de zomer
en al wat daarmee gepaard gaat.

 
 
 

Einder

De zee wacht wel totdat je je bedenkt
dat het te laat is om terug te keren
In de rust zwem je een eind weg
totdat het zoute water je huid
laat rimpelen en het drijven gaat
niet zo makkelijk meer, een keer
zal je het zicht op de zon
toch moeten laten varen
en de maan voor ogen houden.

 
 
 

Gewillig

Nooit zal ik meer daar kunnen lopen
zonder een gedachte aan toen,
toen het volledig nu was, anderen
kunnen komen, niemand ontneemt
de plaats die je inneemt, mijn hart
meer dan voldoende kamers telt
en ook de wilg staat er nog wel even.

 
 
 

Kleur bekend

Zag vandaag
ook nog wat zonnebloemen in een vaas
Zag vandaag
hoe ook de regenboog het niet zag zitten

De wolken stapelden zich op en braken
het felle blauw mij in de ogen schoot
de zon ten hemel einde raad was
de wind maar halfslachtig blies, schoot
te kort om mijn verdriet, mijn gewicht
te dragen naar de overkant van de aarde
waar ze schijnt als de maan zelf.

 
 
 

Dag dat alles op z’n plaats valt

Het blauw zo ver weg, nog verder
dan de zon, die ondergaat en de lucht
haar kleur ontneemt, de wolken
leikleurig en loodgrijs en oranje en oker
hel verlichte randen, gevederd, gestapeld
de populieren in de verte tegen de horizon
torende ik er boven uit, zo licht ik was
de regenboog echter het af liet weten
in stukken gebroken, met mij in de pas.

 
 
 

Varensgezel

Kopje onder in de zee
met het hoofd geheven in de regen
valt het allemaal niet op
de sporen die mijn tranen trekken
mooi dat ik op het droge blijf
mijzelf in de ogen kijk
en stenen laat varen.