Loos

Pregnant hoe deze woorden tot u komen
aaneengeregen tot zinnen met betekenis
deel ik u mede met enige bekommernis
hoogstens dat u van de zin hiervan kunt dromen.

 
 
 

Opgelucht

Het heeft geen zin de wind
de schuld te geven
Het heeft geen zin de regen
te vervloeken als de tranen
over je gezicht lopen,
met je voeten te stampen
als de aarde beeft,
als je nergens bent, zo klein.

 
 
 

Dageraad

Ook al ben ik er nog niet over uit
de dag kan me niet gestolen worden
al serveer ik hem op gouden borden
de dag, deze dag, mijn dag is mijn buit

Hoe licht hij is, hoe zwaar beleefd
dat moet ik toch vooral bekijken
wat op het oog wel stenen lijken
op het tweede gezicht me vleugels geeft

allicht kom ik ermee door de nacht
de dagen in mijn dromen spelen
mijn bewustzijn staat op wacht.

en mag dat de pijn niet helen
dat men er niet dadelijk om lacht
men kan heel wat dagen velen

is het in kommer, is het in pracht.

 
 
 

Getild

Uit mijn dak gaan is niet zo’n sterk punt
Soms ga ik echter uit mijn bol
Mijn hart, dat is dan overvol
van alles wat me eerder werd gegund

Opgelegde maat laat ik dan varen
zoek vanzelf het hoog en laag
mij tot onvermoede diepten waag
dan komt het allengs tot bedaren

Stroomt het allemaal maar raak
met de hele ruimte in het verschiet
is de vrijheid in de maak

wat men als boven en onder ziet
dat stelt de dood weer aan de kaak
wordt het ’t zoveelste levenslied.

 
 
 

Terloops

Drink plenty, maar nog meer niet
Aangeschoten door ’t leven
blijf ik toch wel overeind
zolang als het de schikgodinnen behaagt
Nergens geloof ik in dan vaste grond
onder mijn voeten en lucht
om met volle teugen te ademen,
in bloemen en in groen,
in water en steen
Voorlopig ga ik nergens heen
Ben jij samen met mij?
Ben jij samen met mij nergens,
ergens, god mag weten waar?

 
 
 

Schelpen

Wat een skeletten in het zand, die schelpen
ontdaan van ’t weke leven. Zouden er zijn
die stierven van de ouderdom?

Zomaar wat kleuren en vormen op het strand
Zomaar haal je je huid er aan open
Hun leven is gelopen
zomaar zonder enig verstand.

 
 
 

Over

Even ben ik nergens meer
–  nou ja, dat valt te zeggen –
Zonder jou aan mijn hart
heb ik het even koud
ook al brand ik van verlangen
– juist daardoor –
of misschien ben jij het wel of jij
Ja, wie? Nee, jij, jij! Was je maar hier
En we zouden bergen verzetten
Al was het maar voor één moment.
Was je maar hier, was ik maar
bij jou en we zouden
samengaan.

 
 
 

Afgepeigerd

Vandaag heb ik de moetjes wel gehad
Mij resteert nog slechts één hoefje
Wil je nog een glaasje wijn? Schroef je
de dop er dan nog even zelf af, schat?

Of is dat nu ook te veel gevraagd,
door lood in je schoenen te zeer belaagd?
Nu, als jij dan neerploft op de bank,
ik doe de honneurs wel, voor eeuwige dank.

(met dank aan Lili)

 
 
 

In het dal

Opgetild door de golven, heen en weer gesleurd,
verloor ik vaste grond en hield ik mij drijvende,
verloor ik het zicht op het strand,
onder handbereik alleen water

Eindeloos zag ik mij al en in de greep
van mijn loodzware lijf, adem happend
boven komen voordat ik worstelend opgaf,
maar in het golfdal, ik voelde zowaar zand,
verlossende grond onder mijn voeten.

 
 
 

Vluchtig

Geen vogel trekt in vlucht voorbij
De sluierbewolking hangt hoog, grijswit
bijna zonder enige tekening, af en toe
het blauw er doorheen schemert, dat straks
zonder meer plaats maakt voor zwart
De eentonigheid van het donker straks alleen
verbroken door het koppig menselijk licht
Het ruisen van de bomen, het riet,
de nachtgeluiden van de stad, het land,
van de kleine natuur, nog steeds ziet hij niet
waarheen de vlucht van vogels leidt

Maar door het leven te kunnen vliegen:
er bleef geen vraag meer over.