Als ik kon: ik zou bij je zijn
als je bij mij kon zijn
In onze armen
zouden we elkaar voelen
en zouden we daarbij het leven laten
dan zouden we zijn gestorven van geluk
met een knipoog
wel te verstaan.

Foto's en andere waar
Als ik kon: ik zou bij je zijn
als je bij mij kon zijn
In onze armen
zouden we elkaar voelen
en zouden we daarbij het leven laten
dan zouden we zijn gestorven van geluk
met een knipoog
wel te verstaan.
Onafscheidelijk zijn ik en mijn hart
ik voel mij thuis bij mijzelf, ongeacht
de verlangens waarin het zich kan verheugen,
de blijdschap waarmee het wordt opgezadeld
blijft het maar pompen of verzuipen
– het laatste is waar ik graag op wacht
nog even en even en nog langer dan dat.
Zo’n schipper met een keeshondje langs het kanaal
schoot mij aan net toen ik een foto schoot
Daarachter school een heel verhaal
Om kort te gaan: men miste vroeger zeer de boot.
In de wijde omtrek, zo wist ie me te zeggen
waren kanalen gedempt en gegraven
Nu weet men er geen brood mee te beleggen
Hij wist het allemaal te staven
Nu niets van vroeger meer aanwezig was
Hij was er danig mee in z’n sas
te schimpen op de bureaus der planologen
Beter had men voor schippers hoofd gebogen.
Zomaar opeens is het stil
weg is de drukte van het verkeer
mijn hoofd ijlt na en trekt van leer
beseft zich langzaam het verschil
tussen er zijn van top tot teen
en ’t voorstellen in gedachten
hoe we om elkaar toen lachten
Daar ga ik in mijn dromen heen.
De tijd is stom
Altoos keert dat punt weerom
dat ik bij mezelf moet denken:
is het geen tijd te gaan liggen
en zo niet dan vind ik mijzelf terug
waar ik daarvoor was gebleven.
Aan het water vangen de panden in de avond
het licht van de zon op de muren en doorheen
schijnt ze en gunt een blik naar binnen
waar anders niets te zien dan schaduw
als ik aan de overkant voorbij ga.
Zag je ook die windstilte deze avond?
De zomerzon die haar licht veegt
geluidloos over alle lawaai en bebouwing
over de rietkragen, de bomen en het gewas
over klein en groot wat vliegt of kruipt of loopt
wat met elkaar in de minne of in onmin leeft
over het water en over de kale grond
Voelde je je hart bedaren?
Een bloem en hoe mooi zij was
afgesneden van haar wortels
leefde ze nog even
Nu drink ik alleen
en wacht nog even
Nu slaap ik alleen
en wacht nog even
Nu leef ik bij de dag
en wacht nog even
met herinnering aan vroeger
en met hoop op later
met vertrouwen in de liefde
en met pijnlijk verlangen
als metgezellen in mijn hart.
Loof den Heer
Want ik zie Hem nergens terug
Mensen des te meer
En het universum is een mug
die blijft zoemen en steken
tot ze verzadigd is en de tijd verstreken.
De laatste wijn is hier vergoten
Het geluk zit in de dop
Mijn ogen zijn geloken
Mijn gedachten zijn evenmin
Met blindtypen prijs ik mij gelukkig
Neem afscheid met een laatste slok
En denk niet in de laatste plaats
Aan jou, de lezer.