Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.

Foto's en andere waar
Talloos zijn de verhalen
die stuk voor stuk stukslaan
op de klippen van de tijd
Veel mensen zijn er net zo goed
van jong tot oud en steeds opnieuw.
Doelloos staan de lantaarnpalen
overdag op onbewolkte dag. Ik wacht
tot het donker de overhand krijgt.
Tot dan blijf ik dralen
en zie ik in de verte
hoe zij en zij en hij en zij huilt en lacht.
Weer een zonsondergang voorbij
waarbij ongezien de kleuren zijn verschoten,
de lucht, het groen langzaamaan egaal
zich naar mijn stemming voegt.
Onverbloemd ontvouwt zij zich
en toont haar hart in 't volle licht
Zacht rood, roze, schaamteloos
is zij daar gewoon, een bloem.
Onherroepelijk is de drang
voetstappen te vervolgen in het spoor,
dat achterligt, rechttoe rechtaan, of de sporen
die kriskras kronkelend een kant uitgaan
En moedig dan wel bang, het is al naar gelang
je het bekijkt, of je vrij bent of in gevang.
De wind is stil, zo zacht.
Hier hoor ik alleen mij eigen adem
Door het open raam de lucht
van groen mijn gemoed verlicht
Met gerust hart vlei ik mij neer
geef ik mij gedachteloos over
tot een wereld waar de wind is stil
zo zacht.
Van je ene, tweeë, drieë, steeds hoger
gaat de schommel. "Hoger, hoger" roep je
terwijl je je vasthoudt boven de afgrond
die steeds weer terugkomt
en die je steeds weer overvliegt, voorbij
Voorbij. Dat is allemaal voorbij
totdat ik jou in je ogen kijk
en zie: ik zweef
Boven liggen de kinderen, met hun ogen toe
Beneden ik ook, met ogen dicht
Denk ik mijn gedachten, zoals deze
Dat zij ooit beneden zijn, ergens en denken
Wanneer wij er al van tussen zijn
De volwassenheid ontstegen en meer.
Het steekbeest kijkt mij aan bij stukje en beetje
Op die manier ben ik niet die overweldigende god,
die anders zou neerdalen als onontkoombaar lot.
Nu ben ik 't zelf, die schuilt onder een gazig kleedje.