Voor de slacht

O, kom er ’s kijken
zegt Mahmud tegen Sjerief
Dat geeft toch enige reden tot grief
zoals ze zich verrijken, de rijken

De rijken hier, de rijken daar
Het zal nog moeten blijken
hoe ze eindigen als lijken
Nu hebben ze ’t nog voor elkaar

De torens die ze bouwen
De reality-tv onafgebroken op tv
Afleiding, nauwelijks te verstouwen

Toch, we deden even hard mee,
dat is iets om op te kauwen,
maakten we deel uit van dat vee.

 
 
 

Zotkop

Nachtbraken bij het ochtendgloren
ben ik ten ene male niet meer in staat
welke schone dan ook te bekoren
Deze nacht hield ik geen maat

Allengs werden mijn kansen kleiner
de mist in mijn hoofd steeds dichter
ook al leek het die avond toch steeds fijner
mijn portemonnee werd maar steeds lichter

Een streling hier, een knipoog daar
Steeds bleek het weer een leeg gebaar.

 
 
 

Hardleers en pvv

Pers. Pers. Persen maar
anders kom je lang niet klaar
Moeder, moeder. Ach en wee
Uiteindelijk kwam ik toch van lieverlee

Persen voor de vrijheid
is sinds mensenheugenis verbreid
Slimmer, groter. Het werd er niet gemakkelijk op
Nu zien we ook nog een PVV ten top.

Zo blijkt maar eens te meer:
de mens, amper een puber in de leer.

 
 
 

Kloek te boek

In de winter houd ik mij staande
in de kou in lange onderbroek
sta ik in mijn hemd en blijf ik gaande
mijn imago van een vent hier opdoek

in overkleren ik verstoppertje speel
mijn uiterlijk voorkomen met u deel.

 
 
 

We zijn er bijna / nog lange niet

Nee, dit is geen vrolijk deuntje
en maar goed ook dat dit niet vrolijk is:

De dood komt met zachte handen
of hard en rauw, onverwacht, nooit gedacht
of langzaamaan verstikkend met pijnen
die langzaam wennen
of niet

Duister is zij, maar niet als de nacht
De nacht kent nog een horizon
waarachter de zon tevoorschijn komt
kent nog de sterren
ook al gaan ze soms schuil

Ze is de slaap waarvan men weet
nooit uit te ontwaken
Ze is een slaap die droomloos is
zonder einde, ook niet eindeloos

Onvergelijkbaar met nacht of dag
de avond of de morgenstond
stelt men zich er van alles van voor

Maar of het tegenvalt of niet,
wellicht is dat niet eens afwachten geblazen.

 
 
 

Mateloos mouwloos mooi


Machteloos als ik naar een Shakira kijk
haar lijf, haar rennen, dansen  geven blijk
van een meisje, vrouw zonder meer en terecht
voor een stadion en de wereld het pleit beslecht

Kracht en bevalligheid in volle glorie te aanschouwen
Ze schudt het figuurlijk uit haar mouwen.

 
 
 

Nieuwjaar, hoezee!

Al meer dan 2009 keer oud- en nieuwjaar
Aan het begin hadden ze ’t wel voor mekaar
Een paar lijntjes met houtskool en wat plantensap
Als jaarwende was dat een grote stap

Oliebollen hadden ze wellicht nog niet
maar hun wild verdiende geen kleiner loflied
Om van nieuwjaarsrollen niet te spreken
Ecologisch hadden ze ’t mooi bekeken

Nu moet ik mij in bochten wringen
Om ’t nieuwjaar origineel te bezingen
Geloofde ik maar in dat christendom
met 5000 jaar geschiedenis leek ik niet zo stom

Nu rijm ik maar noodgedwongen in paren
en wens ik ieder op de woelige baren
een vaste hand aan het stuurrad van het leven
en niets om later te vergeven. 

 
 
 

Nachtgelag

Dagjesmensen, houdt u verre van de nacht
Daar gaat men zich te buiten
Zoals u nooit zou hebben gedacht
Dun is de scheidslijn tot muiten

Onder de oppervlakte broeit het en gist
al wat daglicht niet verdraagt
begeert men met hart en ziel, bedrog en list
schaamteloos tot welke grond men zich verlaagt

Dagjesmensen, houdt u verre van de nacht
De beste is wie het laatste lacht.

 
 
 

Slaap gerust

In het hart van de nacht, verweesd
dwalen zij met vrees, opgezweept
dansen zij het meest

en verdronken in de nacht
zij die verder gaan, die verder gingen
daar is zelden één die lacht

Zij die hun maskers hebben afgelegd
in elkaars ogen, woord, gebaar
in het donker komt de werkelijkheid tot recht

met die andere mensen in het licht
levend en wel aan de andere kant
van de aarde uit het zicht.

 
 
 

Brokken

Een jaar voorbij, nacht voor nacht
De dromen die liggen in duigen
Herinner me die avond en het moest
het moest toch goed komen, beklijven:
alles op losse schroeven is niet te behappen
Wat gelukt leek, valt niet meer op te tuigen

Nu rest er niet meer dan de scherven
op te rapen, het stof daalt neer, dat moet
Verder en verder gaan we
Hoe dan ook is het niet zover
dat hartzeer en geluk hun einde vinden.