Majeur mineur

Luister ik naar muziek van jaren her en van eeuwen
uit alle windstreken, weet het mij te bekoren
In den vreemde echter sta ik toch verloren
Wat doe ik daar? Alsof ik voor de leeuwen
ben gegooid. Ondanks de beelden van tv en internet
weet ik amper samen te leven buiten mijn flat.

 
 
 

Wel zo bekeken

Na dit leven verblindend licht
een aanvang nam, komt fijn
na regen steeds zonneschijn
voordat het tot slot dan zwicht

geleidelijk aan of plots overmand,
houdt het daar op voor ’t verstand.

 
 
 

Klein drama, volop leven

Al het leven lijkt geweken
uit een platgeslagen pad
die eens fier rechtop zat
voordat ie waagde over te steken

Toch weet ik de opruimploegen aan het werk,
onzichtbaar nog voor mijn oog:
de straatveger die vanochtend aan het werk toog,
meer nog de tallozen op het microscopisch zwerk,
die worden van de afbraak sterk.

 
 
 

Vanzelfsprekend heden

Als je vaste grond onder je voeten hebt,
is er toch niemand die van twijfel rept?
Als je in het water springt
dan komt de vraag toch niet toch niet op
dat je door een wonder wordt verlinkt?
Dat het water ijs blijkt en dwingt tot al te harde stop?

Waar blijf je als vanzelfsprekendheden
moeten worden omgeven
door voorbehouden, want we weten maar nooit
hoe volgende momenten zich ontvouwen?

Als je van het onverwachte houdt,
dan is het mogelijk vaak dikke pret
volgens juristerij en de letter van de wet
Ook al is de verrassing soms te zout.

 
 
 

Dorst

Plaats me in een gat
met in de verste verte kip noch kraai
Zal ik vechten tegen de bierkaai
Ben het leven lang niet zat

Weet ik in de verte water
Het zal me toch niet overkomen
dat ik er in blijf in mijn dromen
en ik tekort schiet voor enig later

Als  kruidje-roer-me-niet
ben ik niet voor één gat te vangen,
zie ik ten minste honderd jaren in verschiet

Maar opgezadeld met het verlangen
op te gaan in één lied
Zo niet, dan mag ik hangen.

 
 
 

Tok

Ergens vrees ik toch dat ik bang ben
voor dat zwarte gat, dat toekomst heet
ondanks al diegenen bij de vleet
die voorgingen in de ren,

het kippenhok, waar we bewegen
als kippen zonder kop
werkelijk waar
ook al hebben we het voor elkaar
denken we te weten
zolang we meer dan voldoende kippen
dezelfde zaden zagen pikken
in hetzelfde schuitje gezeten

die hun eieren legden
en ten slotte het loodje.

 
 
 

O God, Volkswagen Kever

Wie ben jij daar, zo wild
met glanzend groen schild
daar op mijn zomerbroek
Zo klein trek je mijn aandacht
sta je als keverachtige te boek

Ben ik als een god voor jou
die al te zeer naar aandacht smacht
Geen eens vleugels kan uitslaan
wat mij tot twijfel brengen zou
Echter ontvang ik bedes bij karrevracht

Zovelen hebben het op hun lever
Ben ik een volkswagen kever.

 
 
 

Lekkuhpuhfoss

Zag ik een pony met een baard
in de winter, met dikke staart
en vacht. Had dan ook IJslandse genen
kwam ie voor haar in de benen

Fotogeniek, bijna behaagziek
Maar liep van de fotoshoot heel kwiek.

 
 
 

Hartverwarmend

Sta ik in rechte lijn met de zon
Zit ik met mijn benen gestrekt
Lig ik uitgestrekt en geef ik me loom
over aan haar warmte en droom
Op afstand van haar.