Vakantie vieren

Op reis, op reis, wijs
om de zinnen te verzetten
Kost het bergen energie
Maakt het korte metten
met de vakantierust. Ik zie

ze terugkomen met verhalen
en meestal met een lekkere kleur
rijgt men vakantieërvaringen als kralen
aan de levensdraad te kust, te keur
Gaat men voorwaarts zonder dralen.

Werkt men zich de blubber
en stelt men zich flexibel op als rubber
dan gaat de rek er toch wel uit
en valt het niet te verwonderen:
men krijgt de drang zich af te zonderen,
of men gaat los en flierefluit.

 
 
 

Dat had je gedroomd

Het is in mijn hoofd een drukte van belang
Al die stofjes, synapsen, prikkels gaan hun gang
Houden mij vast als mijn eigenste schat
’s nachts echter val ik steeds weer in een gat

Als ik door slaap wordt geveld
en alles wat volgens mij toch niet meer telt
terugkeert en dan aan de orde wordt gesteld
wat in soms bizarre vorm wordt verteld.

Toevallig is het dan wel niet
Soms ligt er betekenis in het verschiet
als je de droom onder ogen ziet
bij het ontwaken, of wanneer het later
begint te dagen.

Maar al die kronkels, ze zijn als het weer
Voor elke zucht wind is een verklaring
Elke bui, wat er aan vooraf ging
Wolken, druppels, damp, steeds meer en meer

Kunnen we het begin van het weer
nooit vinden, nooit en nimmer meer
valt er meer te zeggen dan voor een paar dagen
hoe het weer zich waarschijnlijk zal gedragen.

 
 
 

Over betrouwbaar gesproken

Zullen we dan maar zonder terughoudendheid
van overheidswege zeggen waar het op staat,
dat er een voorbehoud moet worden gemaakt:
Wat u ook hoort, bij ons ligt geen aansprakelijkheid.

Voor zover we nu kunnen zien
is ons antwoord wel juist
misschien.

 
 
 

Woorden ter vervolmaking

Niet zo rad van de tong gesneden,
hoop ik op zo af en toe een denkbeeld,
dat niet eerder zo gedacht was in ’t verleden
of in andere woorden dan ooit gedeeld.

De volmaaktheid, die laat ik maar voor wat die is
Mijn volmaakte woorden slaan
wellicht voor jou de plank volkomen mis
en of ze voor mij overeind blijven staan
valt nog te bezien, ik gis.

 
 
 

Tijd van leven

Een enkele grijze haar bij mijn slapen
Heel wat hoofdhaar moest ik al uit de afvoer rapen
Fijne lijntjes in de huid van mijn handen,
Geen kunstgebit, jippiejajee, nog voor mijn tanden
Wel weer een knie die tegensputtert bij wandeling bergop
Het zweet dat mij uitbreekt bij geringe inspanning
Het is de vergankelijkheid ten top.

 
 
 

Kortwieken

De grastrimmer en -machine draaien
hun verdraaide ijzers rond
Wat is er toch tegen schaar of zeis,
in plaats van dat ronken en gekrijs,
dat me te vroeg wekt in de morgen?
Die de stadsnatuur intomen en verzorgen
Of die anderszins de rust verpesten
met gebruik van olie cq. plantenresten
van miljoenen jaren oud.
Echt handwerk, wat mij betreft verdient dat goud.

 
 
 

Tover

Waar hij ook gaat, hij staat
steeds in het midden van de ruit
van oost en west, van noord en zuid
zolang hij het bespiegelen maar laat:

Het is elf minuten over elf
Wat verlang ik naar mezelf
of anders naar de toverfee
die al mijn leed, het zat niet mee,
met haar toverstokje wegdee.

Oeps, wat zwaar is die last
Maar dan ben ik blij verrast

Als ik weer kijk naar voren
gaat het gewicht verloren

Fluit ik een andere melodie
Ik zie wel wat ik in de toekomst zie.

 
 
 

Hemeltergend (Von himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt)

Loop ik alleen met mijn hoofd
in de wolken, van mijn zinnen beroofd
weet ik niet wat te beginnen

Geraakt door de pijl van Cupido’s boog
Liever zat ik bij jou op oog-
hoogte aan de grond
en hoorde ik waar ik stond

Liever nam ik je met me mee
tot in de wolken met ons twee
Of anders alleen, als je er geen been
inziet, zing ik dan een ander lied.

 
 
 

Lot

Eigenlijk ken ik je nog helemaal niet
Maar ik zag je en was verkocht, subiet

Men zal wel zeggen: feromonen
Maar wat ik rook, ik zou het echt niet weten
het was jouw aanblik die mij deed vergeten,
die alleen kwam in mijn dromen.

(Had ik een lichte voorkeur voor kastanjebruin of zwart,
éénmaal gezien: je haar mag grijs zijn voor mijn part.)

 
 
 

Voor de bijl

Ging ik voor jou voor de bijl
Ga ik beter als een dweil onder zeil
dan met gefrustreerd gemoed
te blijven malen in eb en vloed.

Hoe ver ik ga, dat is de vraag
De zekerheid die ik verdraag
die zet ik nog even niet op het spel
Had ik geen angst, dan wist ik het wel.

De afloop raadt zich raden