De natuur de baas

Het hart stuwt het bloed een heel leven lang
van top tot teen door het hele lijf,
houdt het ’t lichaam in bedrijf
zonder schroevendraaier of een tang.

Of drastisch ingrijpen is dringend nodig
ter reparatie van het aangerichte leed
Dan komen de lui in groen en wit gekleed
Steeds meer pijn en ongemak is overbodig.

Gaan ze met binnen- en buitenkant aan de slag
Blijft de natuur het bevoegd gezag.

 
 
 

Machtig kwetsbaar

Een borst, een bil
een buik met navel, ogen stil
een dijbeen, enkel en voet gestrekt
een half open mond waar de adem
zacht de lippen streelt
    
Te mooi, te wonderschoon
die samenvallende delen in één beeld,
een veelomvattend eerbetoon.

(oorspronkelijke versie 5 juni ’08)

 
 
 

Kruiwagen vol geluk

Een kruiwagen vol geluk
en daar moet ik het mee doen
Voor een rijbewijs had ik nooit de poen
Til ik zelf, rijd ik zelf, mijn dag kan niet stuk.

Wat zal ik vandaag ten grave dragen?
Verliefd op deze woorden
die me met hun gedragenheid bekoorden
had ik niets om te klagen.

Een auto die me sneed
op de fiets: een ongeluk dat ik vermeed
Een klant die zijn frustratie botvierde:
goedgemutst hoorde ik hoe die tierde.

Zou ik mijn geluk in de weg laten zitten
door op mijn beurt te gaan vitten
op al wat me van buiten tegenzit?
Liever rijd ik mijn eigen geluksrit.

 
 
 

De waterzelfkant

Aan de waterkant van de stad
staan morsig de huizen, de zelfkant
waar de werkers heen werden verband
die werkten voor de bazen, hun schat

Die lijvige baronnen die de dans ontsprongen
als het tij bij tijd en wijle tegenzat
en in het werk kwam de klad
Het gemene goed naar de achtergrond gedrongen

Wonen de bazen in een buiten of ten minste op stand
en rusten uit op de sofa, slapen in een kingsize bed
Het water bijkans dood, levend en wel de koning klant,
de vissen op hun kant, zwemmen is er Russische roulette.

 
 
 

Genmanipulatie, beeldige natuur

Volop in het zonlicht van de ondergaande
zon bloeiden aan de einden van de takken
struiken broccolie, hield de boom mij staande,
gaat buiten de orde van natuurlijke vakken.

Wie of wat heeft daar zitten te bakken
en zet het idee over ordening te kakken?

 
 
 

Schrijn

Eet ik mijn ontbijt in de morgen

denk ik niet aan wie met gezwollen buik
en graatmager noodgedwongen
rondloopt, neerligt, ik ruik
de geur van verse koffie,
frisse lucht in mijn longen
begin ik de dag in pas gewassen kloffie

Het leed in een keurig kistje opgeborgen.

 
 
 

Dubbel zinnig

Amechtig hijgend zijg ik neer
weg van het al te druk verkeer
van sociale interactie en verplichting
de werkdruk en drukte van de straat
vind ik aan de waterkant verlichting
neem ik de gelegenheid te baat
te bewonderen heel het natuurlijk uitzicht
dat zich voor mijn ogen afspeelt
wuivend riet, een vogel vliegt, een vrouw allicht
mist ook niet, een genoegen onverdeeld
Aah, dit is de rust die ik begeer. 

 
 
 

Midzomer

Handenvol bladeren hangen aan de bomen
groen en fris nog op midzomerdag
Moge hun aanzicht u wel bekomen
en hekelt u dat, doet u bij God beklag.

De langste jaardag is weer aangebroken
Lentebloemen zijn al lang verschoten
Nog is het geen tijd de haard te stoken
In de zomerhitte kunnen we ons ontbloten

Wie dit binnen leest bij volop zonneschijn:
Zou buiten niet beter vertier te vinden zijn?

 
 
 

Blindemannetje

Kom je in mijn dromen, is het feest
Bezoeking voor mijn veelgeplaagde geest
Als een mot afkomt op licht
door een mist van verwarring, armen
uitgestrekt, mis ik je blik,
zo zie ik je, een schicht
maar blijf ik de hoop omarmen
om samen te smelten, schik
te hebben als twee-één

Ontdek ik tot mijn schrik:
ontwijk je me niet
ben ik het zelf die meteen
in je nabijheid beeft als riet.