Glanzend zwart

Nooit zag ik een raaf
Ravenzwart haar
schijnt me een ander zwart
dan het kleed van een kraai
die stil zit aan het graf
Wijsheid die ik zie van veraf.

 
 
 

Onderscheid

Krankjoreme woorden ontschieten me
als ik zonder nadenken schrijf
Compromisloos geef ik me bloot
Echter verborgen in het ruim van de boot
van mijn ziel en zaligheid
blijft wat me van de ander en mezelf scheidt.

 
 
 

Vluchtig, luchtig, licht

Zo vluchtig als een regendruppel in de oceaan valt
zo vluchtig als lichtsporen van een ster mijn oog treffen
het wezen van een olijf zich kort op mijn tong samenbalt,
muzieknoten mijn geest verheffen

Herinneringen die niet beklijven
hoezeer men de toekomst ook tracht in te lijven
Vruchteloos kiezen voor een nalatenschap
tree voor tree, een eindeloze trap

Of bouwen en zichzelf overstijgen
uit doelloos plezier en zin te krijgen.

 
 
 

Binnenstebuiten

Van buiten blijft het stil
Luid op de toppen van mijn longen
en hoor ik het luidkeels zingen
in muziek om mij heen.
en hoor ik muziek
in de natuur en in klanken,
stemmen van mensen klinken
Het roept me naar buiten,
jaagt me weer naar binnen.

 
 
 

Van voorbijgaande aard

Als mijn wereld
te groot is voor mijn eenzelvig hart
Als mijn wereld
te klein is voor mijn geluk
Ik wou dat mijn wereld onze wereld was van huid op huid.

In plaats daarvan drink ik nog een glas,
bezing ik in mijzelf mijn eenzaamheid of geluk luid.

 
 
 

Naar het schijnt 1-2-3 Klaar Af

Letterlijk genomen in een wereld gekomen
schijnt die in mijn ogen
rechttoe rechtaan, vroeger, nu en later
en zelfs de aarde is plat
zo lang ik niet zit in een reuzenrad
voel ik me als een vis in het water.

En ook al weet ik van gekromde ruimtetijd,
die zich uitbreidt, in een ruimte van niets uitdijt,
een al dan niet eindige oneindigheid in de schoot van god,
dan weet ik ook, met die woorden vang je bot:
De grote wereld zo plat als tweedimensionaal
of één van overstijgende trap, een niet te bevatten verhaal.

Laat staan dat er meer dan één van is,
dan is er met de getallen 1, 2, 3 iets goed mis.

 
 
 

Windkracht

Geloof me maar niet:
Wanneer bomen buigen als riet,
windkracht dertien, veertien,
hier aan komt waaien
Doet verschillen teniet
en weet eendracht te zaaien.

Niet onverdeeld zoet, bitter,
woorden in schone glitter,
rijm die van zich spreken doet,
licht bestaan, coûte que coûte.

 
 
 

Geharde bloemen

Ergens weet ik een schraal veld
verscholen achter muren
waar gras en distels tieren,
enkele bloemen, ik sta versteld

hoe moedig die volhouden, turen
en reiken naar licht, het leven vieren,
keren keer op keer weer terug
totdat de muren het bezuren,
instorten onder het gewicht van tijd
Verscholen plek van kleur en stilte
Neem ik node afscheid.

 
 
 

Vederlicht

Fragiel in felle kleuren
of als nachtvlinders grauw
Niet veel anders zijn wij
die menen de wereld op te beuren
of haar verscheuren
stuk voor stuk in touw
Het einde licht als een vlinder nabij.

 
 
 

Kamerplant

Tientallen
bladeren hartvormig groen
stil en onzichtbaar bewogen
hebben het niet breed.
Toch
groeit die plant heel koen,
als ik zijn behoefte niet verloochen
en water geef bij de vleet.