Van lichaam en hart

En toen was je er
uit het niets
en opeens wist ik met lijf en al
hoe het was samen te zijn
en alles te vergeten
al was het voor een moment of wat

Dat was toen
en al ben ik dan onderhand van nadien
mijn hart staat
min of meer open
en mocht je voorbij komen
wie weet
wil ik je wel proeven
wie weet
mag ik ons wel.

Kind toch

Opeens ben je daar
in de wereld geboren
zo klein, zo groots
tegen alles in
tegelijk voor alles

In welke wereld
dat is de vraag
en juist daarom

eens te meer
omhelsd, gekust
om je gedragen te weten
als de tijd komt.

Gevalletje eenvoud

De avond is voorbij
midden in de nacht
zou je kunnen stellen
of het begin van de ochtend
van de dag die is aangebroken
– met een slok op is alles waar, zwart-wit –

In het café loopt de tap
en daar in een uithoek van de wereld
met alleen oog voor elkaar
is de ene dronk de andere waard
de wereld in een notendop
terwijl we elkaar verstaan

’s ochtends weten we niet meer
al zijn we rijker.

Ontmoet

Mocht
je me raken
al zie je er niet uit
al ben je niemandal
al loop je op je laatste benen
dan vliegen we toch
op en vervluchtigt alles niet ter zake
en weten we niet meer
van me dit en me dat
en is alles opgelost

Ave verum

Mijn knie – de linker –
heeft er niet echt zin meer in
beweegt het liefste in één vlak
zeker niet zijwaarts

En op mijn lichaam tekenen
zich allengs meer vlekken
af in mijn huid tegenwoordig

Haren vielen al uit
boven op mijn kop
en blijven maar groeien elders
en grijzen in de loop van de jaren

Mijn gebit blijft langzaamaan ook
in gebreke en laat mij kiezen
tussen doorbijten
of een tandartsrekening
die ik gelukkig kan verteren

Met mijn lust kom ik nog wel klaar
Mijn verlangen en de rest
vertrouw ik toe aan spreekwoordelijk papier

Gewend onderhand aan mijzelf
en het ongemak alhier

Misschien, misshien
kan ik het glas heffen
op een moment samen
voor mijn einde der tijden

tot dan blijf ik maar de wereld groeten.

Alles in ogenschouw

Het balkon is daar
en het uitzicht
aan de rand van de stad
– Groningen, het Hoornsemeer –
De zon schuift voorbij
mijn zuidkant en mijn westen
soms verborgen, vaak toch even zicht-
baar, tig fusiebommen zo ver weg
zo groots en zo lang achter elkaar ook nog
dat ik mij verheugen kan
in mijn eigenste warmterekening
waar de rillingen
mij van over de rug lopen
figuurlijk.

Biecht MMXXIV

Veel mensen heb ik niet
om me heen
Natuurlijk, net zoveel als iedereen
op deze ronde aarde

Alleen
wie me dan na staat
en ook nog voor langere tijd
dat is vers twee

Gelukkig
kan ik nog vol schieten
ontvankelijk, ongewapend
te moe om muren op trekken
[ elk nadeel heeft z’n voordeel ]

Over de grootte van de wereldbevolking

Duh, een grote wereldbevolking is niet HET probleem. Okay. Maar hé, een veel kleinere zou wél een oplossing zijn; ik bedoel, bij hetzelfde westerse consumptiepatroon per persoon – voor mijn part zelfs die van de Verenigde-Statenaar -, dan zou de aarde dat best kunnen dragen, zónder alle negatieve gevolgen voor natuur inclusief de mensheid zelf, áls er “gewoon” “wat” minder mensen zouden zijn. Dan zou die fundamentele oorzaak, op het vlak van consumptie, van alle klimaat- en natuurproblematiek, en van schaarste, helemaal niet aangepakt hoeven te worden…. Lees verder “Over de grootte van de wereldbevolking”

Op de persoon spelen, al dan niet met humor

Als “we” nou ’s allemaal alle tegenwerpingen die geënt zijn op de persoon ’s weg zouden gummen, aan voorbij zouden kijken, wat zou er dan nog overblijven? Tuurlijk, ook ik heb last van al dan niet figuurlijk kippenvel of zelfs maagsamentrekkingen bij bepaalde (politieke) figuren, maar dat neemt niet weg, dat ik niet als kotsende figurant of zo onderdeel wil vormen van een massa die puur door massa het gelijk wil beslechten.

Iemand belachelijk maken geeft ontlading van persoonlijke spanning en rust – waarom neem je anders überhaupt de moeite om iemand belachelijk te maken? Nah, behalve dan dat door als één van de velen zo iemand opzij te zetten, dat je dan inderdaad zowel je eigen behoefte aan gedeeld (on) genoegen bevredigt, als ook dus dat, stompzinnige, opbouwen van de, platte, macht van de massa – dat niet eens de meerderheid hoeft te vormen – los van goede argumentatie.

Het daget

Vandaag ging ik niet alleen
voor de zoveelste dag
sinds ik ter wereld kwam
onder de zon, maar mocht ik
me bijkans baden
in ’t licht, er tegenin kijken
op mijn terugweg
zozeer niet van hot naar her
zij het niet blindelings
maar met oog
voor passanten, boten aan de wal
voor de kalende bomen
paden vol gevallen blad
een enkele vogel die niet gevlogen was.