Vroem

Op weg zijn we
Op weg en nog lang niet op
de goede plek
de bestemming hebben we
wel in ons hoofd
maar we zien noodweer in de verte
een lawine die de weg blokkeert

Nou hebben we een rempedaal
Nou kunnen we die wel indrukken
en een andere weg inslaan
Maar ja, op deze snelweg
moet je ten minste honderd
en bovendien mag je niet keren
zo zeggen de borden voor je kop

Dus rijden we maar door
en zal de weg doodlopen
maar hebben we ons wel gehouden
aan de regels

Vroem.

Groene kerst

Dan branden we maar
een witte kaars of wat
De winter is een kat
in de zak met misbaar

In de vrede zit de klad
al voor het zoveelste jaar
Grove woorden, alles waar
Groter, grootst is het je-dat

Zoeken we ons welbevinden
in genoegen naar ons hart
om gebroken gemoed te binden

om zacht te maken wat is verstard
door wat de jaren inden
Leef licht! Leef op! Zo zingt de bard.

Geboerd

Weet je nog
dat je woorden spuide
bij de vleet zelfs
met een woordenschat
van hier tot ginder?

Weet je nog
dat je er nooit om verlegen zat
aan één woord genoeg had
om een verhaal op te dissen
met kop en ook nog met staart?

En je wist verhaal te halen ook
En het legde je geen windeieren
En dat dat je nu van pas komt
nu je met je mond vol tanden staat
al neemt de verzorger je die uit
voor de nacht.

Mensemensen! Wat nou mensen- en dierenrechten?

Een facebookoverpeinzing

[pas op : ochtendoverpeinzing ! ]
sliep uit en viel in ’t laatste stukje Vroege Vogels op radio 1, iets over proefdieren, proefdiervrij, rechten van dieren. En dat zo langzamerhand toch wel steeds meer het denken op dit vlak verandert en dat mensen niet boven dieren staan. (En dat over een paar jaar de norm wordt om dierproefvrij te werken, als uitgangspunt. )

Maar waarom zouden (bepaalde?alle?) (zoog?)diersoorten gelijkwaardig aan de mens zijn? En zijn (zoog)dieren dan ook gelijkwaardig aan planten? Waar – en waarom! – onderscheid je grenzen, en welke dan, tussen organismen, tussen diersoorten? Lees verder “Mensemensen! Wat nou mensen- en dierenrechten?”

Bezegeling

Het hart klopt maar
door, vooralsnog
en zolang laat ook het denken
het niet afweten
al kleunt het nog zo vreselijk mis
bij tijd en wijle
al leeft het op het laatst
op de sporen van verleden tijd

Ondertussen
is een kus nooit weg
van wie je vertrouwt.

Kletsnat

Met korte mauwen ging ik
– het was 4 augustus in de zomer –
in Holland op de fiets
een goed kwartier was het
naar m’n werk
waarvan bijna een minuut
in de regen, overvallen
door de zoveelste bui
nog net niet doorweekt
nog net droog ondergoed
– niet zeikenat –
een avontuur op maat.

 

Over eindigheid

Gedicht: Zoals het er nu naar uitziet, sterf ik uit, mijn denken, mijn voelen, en ook mijn genen, zelfs niet gedeeld, tot vrucht gebracht. De tijd schrijdt voort en schreit, zacht. Wie weet wat wat figuurlijke zaden ooit teweeg brengen. Ook dat kan verkeren.

Roeien met de riemen

In het licht van
al wat is opgetuigd aan
wetten, regeltjes, punten en komma’s
– in de drang naar objectiviteit
van gelijke gevallen, gelijk behandelen –
raakt rechtvaardigheid zoek
bij veronachtzaming van verschillen die er toe doen
van al wat toch niet gevangen kan
worden in de letter van de wet

Hoe lang nog is dat ’t minste van alle kwaden
van willekeur en kromspraak
van wie maar aan ’t roer staat
en de zaken slechten
al is het maar op punten en komma’s

Je zou ’t willen:
wijzen aan de macht en voor ’t zeggen
goden die alles wisten
en konden zien in ieders ziel

Maar die zouden ons niet overleven
Wellicht moeten de riemen vervangen worden
zo af en toe
en de roeiers gelijk.

De amoraliteit van de wereld, de evolutie en de werkelijkheid

Peinst weer ‘s, al dan niet raak, maar hoe dan ook er op los:

Het komt wel ’s voorbij, dat het in de natuur écht niet alleen maar een harde strijd is, niet alleen maar evolutie op basis van “survival of the fittest”  (overleving en voortplanting van de meest aan de op het moment geldende omstandigheden aangepasten), niet alleen een kwestie van eten en gegeten worden, niet alleen maar zelfzucht etc.; en dat (vooral?) buiten de menselijke soort organismen, soorten veel meer samenwerken, samen leven…. – vreedzaam, ideaal, zo lijkt dan wel de suggestie te zijn.

Nu leeft elk mens zelf ook heel erg samen met allerlei micro-organismen op zijn huid en ook inwendig… En heeft die grotendeels nuttige micro-organismen ook nodig. En ook bij mensen hebben veel mensen veel voor elkaar over, al is dat ook vaak, zo niet veelal, selectief en beperkt tot diegenen met wie men zich min of meer verwant voelt. (gevoelens zijn toch wel een aparte “uitvinding” van de evolutie) Lees verder “De amoraliteit van de wereld, de evolutie en de werkelijkheid”