Seizoen, zo zei ze

Zag ik je al een week of twee geleden?
Zo vlug boven ’t kanaal. Zeker nog geen zomer.
Misschien een vroege vogel, zomaar een zwaluw

waar ik vanavond zeker was van mijn blik
weer een jaar verder dat jullie het niet laten
afweten en de al lange lichte tijd vraagt weer

met blote armen, luchtige kledij
de warme dagen tegemoet te treden
– dag in, dag uit –
met een oogopslag of wat.

foto Job Antoine

Een kamer met uitzicht – 4 mei –

Je kunt nog denken
hoe dan ook en wat je maar wilt
En al voel je je opgesloten
niemand anders belet je
die stap naar buiten zetten
in dat uitzicht
je plaats te veranderen
misschien ook wel je blik
en ontmoet je de wereld

Zovelen
die het met minder moeten
die niet meer konden
vast door de wereld buiten
alleen de binnenwereld vrij
en ook dat is nog maar de vraag

foto Job Antoine

Paradox

De vrede moet
bewaakt worden, gehandhaafd
En daarom de afzettingen
de camera’s en de wapens
zichtbaar en niet
want vrede is nog een utopie

Best vaak is er ergens geen geweld
geen ruzie, geen woorden of handgemeen
maar vrede ligt nog best wel in het verschiet.

En passant

Wee mij. Heel mij.
Heel alleen. Het doet
er lang niet altijd toe.
Als ik vreugde schep
in wat zoal voorbij
komt en ik laat het
toe en tegelijk
voor wat het is
en ik laat het

Maar het mag wel wat meer
en ik zelf een onsje minder
als communicerend vat.

Paasgedachte

Als we de westerse beschaving nou ’s niet op de eerste plaats definiëren als een beschaving waarbij de macht bepaald wordt via en door democratie, maar vooral als een versnelling in technologie – met als gevolg (versnelling in) grotere complexiteit en schaalgrootte –  dan mogen we wel zeggen dat de westerse beschaving de hele wereld zo’n beetje overspant.  Het westen is tegenwoordig overal.

Aangezien élke beschaving tot nog toe ten onder is gegaan aan natuurrampen of onbedoelde gevolgen van het eigen succes of een combinatie daarvan, valt te verwachten dat dat op enig moment – binnen een eeuw of zo –  ook staat te gebeuren met onze huidige, wereldomvattende, beschaving. Hoe “rijk”  geschakeerd die westerse beschaving ook is (politiek, religieus, economisch).

Hoewel wordt ingezien dat technologie (en consumentisme) leiden tot overschrijding van wel degelijk aanwezige grenzen – waar voorheen een beschaving slechts invloed had op een (beperkt) deel van de wereld – valt het maar te bezien of dát zal helpen. Er zijn altijd wel onheilsprofeten geweest. De meesten daarvan hebben niet gelijk, behalve dan de paar die wel gelijk kregen…  Het is tijd voor een opstanding. Of een opstand.

Over onruststokers en hooligans

overpeinst (te over):

een raddraaier, hooligan of onruststoker, of relschopper, vandaal of… wel… gewoon een klootzak, of iemand die gestoord is, die zal misschien niet eens bewust uit zijn op negatieve aandacht, maar die zal elke vorm van aandacht, ook negatieve – zo niet bij uitstek negatieve aandacht – juist fijn vinden, aandacht die ten minste voor diegene iets van bevestiging betekent voor zich zelf: je wordt dan ten minste niet over het hoofd gezien, je bent ten minste iemand ipv. een niemand…  Die mensen zullen zich dus ook helemaal niets aantrekken van welke vermaning of beroep op hun gezonde verstand dan ook. Niet dat ze helemaal geen gezond verstand hebben, alleen, als je kickt op ook negatieve aandacht – en hoe negatiever en hoe grootschaliger, hoe beter – hoe méér juist dat aan hun behoefte tegemoet komt. (Dat ze onder druk soms (kunnen) inbinden heeft meer te maken met angst voor hun eigen hachje dan met verantwoordelijkheidsgevoel). Lees verder “Over onruststokers en hooligans”

Eva

Zij was geen chimpansee
en Adam ook al niet
Ergens zullen ze wel zijn geweest
de baarmoeder en het zaad
die in het licht van die tijd
die in die omstandigheden toen
hun voordeel deelden
en keer op keer wisten te verkeren
waar gelijkaardigen
– misschien wel aardiger –
achterbleven in het paradijs
bovenaards, onderaards, aards, weg.
Rubens: The Fall of Man, Adam and Eve

Wat Uithuizen

Een dorp, daar in het Hogeland
van Groningen, waar ik heen-
ging, een jaar of acht, naar
de tweede klas van de CNS
– Christelijke Nationale School –
naar de Ripperdadrift waar
ik van rolschaatsen de kunst
onder de knie kreeg
van echt schaatsen op noren
en in die winter van ’77-’78
ik met een soort van vriendje
– Jasper Berkhout (?)-
een hut groef in de sneeuw
waar ik met pa met de slee
naar het dichtstbijzijnde winkeltje
toog, de Enkabe
voordat we verhuisden naar de Zuiderstraat daar
een koopwoning zelfs met gigatuin
dankzij de Beeldend Kunstenaar Regeling nog
voor mijn vader (stiefvader)
waar ik het onkruid tussen de tegels
verwijderen mocht (moest)
toen opa en oma ook van Amsterdam
weer in de buurt kwamen
– zo dichtbij leefden ze nooit eerder
maar ondertussen was ik ouder
en opa ook
en de tijd was snel vervlogen
en al helemaal dat ik opa als vader zag –
Altijd was ik er al een jaar ouder
dan mijn klasgenoten
– in de hoofdstad deed ik de 1ste klas
2 x, want eerst nog op de Vrije School –
en wist ik mij een plaats te verwerven
met wat kracht en behendigheid, min of meer
voordat ik met de boemeltrein afscheid nam
het eerste jaar naar het gym
het Willem Lodewijk, in stad.