Ach, Marlies

De 1ste klas van de lagere school deed ik nog een keer
Toen kon ik daarna natuurlijk best goed voe’bal’n
– een jaar ouder en zo –

Normaal gesproken had ik dan op de middelbare gezwijmeld
van de schoonheid van een klas hoger
maar dat werd dus, voor een korte tijd, die wel een eeuwigheid
leek – en dus nog ruim 30 jaar later in ’t geheugen beklijft –
de Marlies van ten minste twee klassen hoger
de zus van haar broer uit Uithuizen
waarvandaan we met de boemeltrein spoorden noar Stad
op naar het Willem Lodewijk, dat gym met een vernis
van christelijkheid en beschaving

al is vernis de natuurlijke lijkwade van elke school,
met name van de middelbare.

Westen – zoals de wind waait [het kan verkeren]

Op aarde kwam ik hier
in het Westen, het rijke

De oorlogen hier te lande
waren voorbij, alleen ver weg
rommelde het in de marge

En ik mocht achtereenvolgens
baby zijn, peuter, kleuter
jongen, meisje
een puber
en al die jaren,
mijn jaren van onvolwassenheid
hoefde ik me echt niet het schompes
te werken, niet in een fabriek
en ook niet op het land
nee, ik kreeg zelfs speelgoed
zo uit een winkel
en ik hoefde me het niet te verbeelden
dat goed
– al stak juist daardoor elke strafheid nog meer af –

Vanzelfsprekend komt mij alles toe
Geef me! Geef mij! Het is mijn recht!
Het leven: een geschenk, een vloek?
Ouwerwets geleuter, aldus de peuter.

Ellende

Best wel een mooi woord
‘Jammer’ eveneens
Enzovoort
En dat je niet meer niet méér
kan voelen dan jezelf
en óp bent
en bij gebrek aan wereld
kun je niet eens meer zeggen
dat die je koud laat
waar warm en koud je niets meer zeggen
buiten een lotgenoot of wat
maar misschien zijn ook daar teveel van.

Buurt

Het is allemaal niet ver:
het ziekenhuis, de flat voor ouderen
– ik woon natabene even verderop
in wat eerder ook die bestemming had
en nog steeds zal de gemiddelde leeftijd wel
ruim boven de vijftig liggen in mijn complex –
en óók in de buurt een oord om te herstellen
voor wie nog hoop is na het ziekehuis.
Zelf hoop ik er nooit te hoeven komen.

Het is goed toeven hier – netjes ook –
aan deze kant van stad
zo aan de rand, de zuidkant
al trekt het noorden
waar je verder kunt kijken
ongehinderd naar een niet geblokte horizon.

Voetstoots

Ben veel te simpel
Ben veel te ingewikkeld
Maar alllicht laat ik dat beter aan jou
En blijf ik gewoon wie ik ben
En doe ik wat ik doe zonder over mijzelf
te gaan en en passant me voorbij te gaan
Al met al heb ik toch maar twee voeten
om stappen te zetten in het zand
en waar dan ook.

Getuigschrift

wacht het water
wacht het vuur
de aarde en de lucht

Een raadsel blijft het
hoe ik dan hier toen
ter wereld kwam
en ik mijzelf ook uitvond
al ging dat onvermijdelijk

En toen bleef ik ook nog eens
– al was dat nooit gegeven –
voor zolang en voor nu

Misschien ben ik weg als jij dit leest
Misschien ook nog niet
Zoveel verschillen we niet sowieso

Over en uit

Ze belde. Nog maar een dag of tien
nadat haar liefste was overleden
haar man voor wie ze had gezorgd
zoveel jaren lang

Ze had geld gehad, net zoveel
als van toen hij nog leefde
Wat? Wát moet dat nu
moet ik nu
nu hij weg is

Wat moet ik, dat ik straks
het niet alleen doen moet
met het verlies van mijn man
maar óók nog ’s er helemaal alleen
voor sta
en aansprakelijk wordt gesteld?

Wat, dat ik zelf óók niet in een gat?
Al is dat dan bij leven.

Rank

Een waterlelie bloeit waar
een zwaluw boven het water scheert
en waar ik mag langsgaan

Zoveel leven is mij wel gegeven
waar de zwaluw zoveel eet
wat ik dan weer niet zien kan

Waar ik niet alleen maar adem
maar net zo goed leef dankzij alles.

Over de uniekheid van de mens hier op aard

peinst: de mens als toppunt van intelligentie, van aanpassingsvermogen, van het vermogen keuzes te maken…

Tja, tuurlijk kun je zeggen – mensen kunnen dus zeggen, geen enkel andere soort kan dat, maar dat terzijde alvast – dat elke soort even veel waard is, of zeggen dat dat helemaal niet zo is: dat je verschillende zaken en organismen verschillend kunt waarderen, dat die een verschillende waarde (zouden) hebben. Maar als het al zo is, dat alles even veel waard is, wat heb je daar aan? Weeg de waarde van een grasspriet af tegen de waarde van een geit, een wolf of jouw eigen naaste, je liefste. Elk leven is waardevol en zelfs levenloze zaken. Echter is het alleen de mens die onderscheid maakt, in van alles en nog wat, kunstmatig of niet, op welke gronden dan ook, die het ene anders kan waarderen dan het andere en het begrip waarde daarvoor gebruikt.

Ja, elk organisme maakt, zo blijkt uit de wijze van gedrag, van bewegen, onderscheid tussen één en ander, reageert op van alles en nog wat. Bramen en brandnetels en ook de aardappels die de boert teelt doen het goed op voedselrijke grond enz. en in fguurlijke zin kun je zeggen dat die soorten hun bodem en goede omstandigheden waarderen. Maar bij gebrek aan hersens, bij gemis van vermogen tot reflectie en zelfreflectie kunnen ze wel reageren, maar niet aarzelen, of twijfelen, of dus éérst tot een waardering komen om vervolgens op basis daarvan te kiezen – voor hun eigen gevoel, hoe illusoir ook, een vrije keuze.

NASCHRIFT

Tuurlijk is de mens niet hét toppunt van de evolutie – ’t is maar welke maatstaf je neemt -, maar de mens is wel de enige soort – tot dusver, hier op aarde (lijkt mij een redelijke aannname) – die enig begrip heeft van zelfs maar ’t bestaan van zoiets als evolutie, met al z’n takken en zijtakken (en al dies meer zij) en daarover van gedachten kan wisselen en z’n eigen positie daarvan kan waarderen, zij het zus, zij het zo. En de mens is de enige soort ook, die misschien ooit, zo nodig, over miljoenen jaren of zo, buiten de aarde kan leven, in desnoods een eigen gemaakte kunstmatige omgeving en/of door zichzelf biologisch zo aan te passen dat ook dat helpt bij het voortbestaan van de menselijke soort, terwijl elk leven op aarde onmogelijk is geworden, door de verschroeiende uitdijende zon. Over zaken gesproken die wij, als menselijke soort, als enige soort ook, maar kunnen begrijpen en op basis daarvan heel misschien ook nog ’s keuzes kunnen maken die óók nog ’s eventueel goed kunnen uitpakken, als het gaat om ’t voortbestaan van de homo sapiens. Eventueel andere intelligenties elders in het universum niet te na gesproken.

Enig

Gelukkig was mijn ma altijd daar
de enige voor mij, waar
mijn ene pa een naam was
een andere eigenlijk mijn opa was
en de derde: daarvan weet ik niet beter

Al met al doe ik dan hier voornaam
en laat ik de achternaam achterwege

Al met al ben ik mijn stamboom niet
al draag ik al met mij mee
die mijn voorzaten zijn
ook al die ik niet ken
om van alles wat om mij heen was niet te spreken.