Na de film

Windstil, geen geluid, bijna
en de pijn van samen niet
opfietsen door het donker, bijna
langs de rand van de stad het suizen
van de banden over verlaten straten, paden, bijna
geen mens die je tegenkomt, passeert
op enkele voetgangers na, een brommer, pizzakoerier
eenden die in het water plonzen en een lantaarnpaal
die flikkert, het tikken van de fietsketting
en je eigen zachte ademhaling
en het gemis in het donker.

 
 
 

Nazomer

De madelieventijd is weer passe
en ook paardenbloemen zie ik niet meer
Kikkers kwaken ook al niet, vleermuizen
die wel, vliegen nog uit
(een kwestie van eten)

Nog even, dan moeten we het zelf weer doen
warmte maken en licht.

 
 
 

Punt uit

Een leger aan woorden
staat klaar om te marcheren naar oorden
waar zeker de helft toch zeker sneuvelt
en de rest in het geweer komt
om gehoord te woorden, vruchtbare
bodem te vinden en nazaten
voortbrengen en al dan niet
op één lijn verkeren.

 
 
 

Horizon

Hand in hand
op het strand
zakken we weer
uit het zicht
van die knoepert
van een zon
de zoveelste dag
die er op zit
en hij blijft maar stralen.

 
 
 

Teweer gesteld

De wijn in mijn glas is donker
zwart op de roze-rode rand na
en lichtjes
hoogstens in mijn dromen.

Ondertussen valt de wereld binnen
zonder onderscheid
tussen alle kleuren van gebroken licht
via de beeldschermen.

 
 
 

Oeverloos

Aan de oever van een rivier
als de zon bloedheet schijnt
en de wind het laat afweten
dan wil het ook soms stromen
in de schaduw van de wilgen.

 
 
 

Zo gestemd

Temidden van plastic vergeven oceanen, die al zuurder
en waarvan de spiegels rijzen
maken we ons terecht wel druk
om geweld, dat zinloos of niet, gericht of ongericht
tegen de Jan-met-de-pet van god mag weten waar overal

Een drukte, een strijd die mogelijk verbleekt
binnen 100 jaar of wat, maar wellicht hoop je
dan niet meer te leven. 

En natuurlijk kan een flinke vulkaan 
ook nog altijd roet in het eten gooien
of een komeet en heel heel misschien 
nog intelligent buitenaards leven
dat zo vredelievend niet is; maar persoonlijk
denk ik eerder aan resistente verwekkers van ziekte.


 
 
 

Afronding

Het is midden
in de nacht dat de tijd er niet toe doet
dat de tijd zich niet omschrijven laat
dat je alleen bent en ongestoord
op jezelf je de wereld tegemoet
dat de ander van veraf dichtbij staat
regenboog in het donker.

 
 
 

Keerzijdes

En dan heb je het geroezemoes
van de zomer in een buitenwijk:
een autoradio of die beat uit tuin of balkon
de schelle stemmen van wat meiden
een brommer die voorbij scheurt
straks nog wat vuurwerk of een luchtpistool
en kikkers die zich niet laten horen.