Leven!

Behang! Het behang! Waar is het
behang. En de lijm. Ach
het heeft er nooit gezeten
zodat je nooit hoeft te vergeten
het te vieren van je lang zal ze leven
al is het soms met schrik en beven.

 
 
 

Slijtageslag

In de kamer van je verdriet
slijten de muren van jouw tranen
ben je daar alleen, niet zo alleen
dat ik je tranen niet zag
en het donker in je hart
reik ik je mijn hand, mijn woorden
die te wensen over laten
het toch een beetje lichter maken
dan in eenzaamheid gedragen.

 
 
 

Beet

In gedachten verwijl ik
de wereld van mijn dromen is niet
geschapen, de appel die ik pluk
ik kan hem je niet aanreiken
over de rivier heen
hoe zoet ook het idee
een druppel in het web
van mijn gedachten
parelt in mijn hart.

 
 
 

In de nadagen

Zou het voldoende zijn
nu ik zo heb uitgeweid
over de dagen van weleer
en van die daarop volgend?
Dat, nu ik mijn woorden kwijt
ben, het weten resteert?

De bomen groeiden niet tot in de hemel
De bron was niet onuitputtelijk
De bloemen bloeiden niet zonder einde
De zon scheen niet meer op ons neer

In het maanlicht zoeken we ons weegs.

 
 
 

Over en weer

Van goud dromen
van een jacht, een zwembad
en zo meer
Liever toch van geluk
dat ik mij thuis voel in deze wereld
dat ik je de hand kan reiken
en als ik het dan even niet heb
dat we dan over en weer.

 
 
 

In de armen van

Zo droomde ik
Ik ontwaakte uit een droom, mijn lief
vroeg mij naar mijn nacht, naar mijn dromen

Zo droomde ik
Ik werd wakker, de lippen van mijn lief
mijn huid beroerde

Zo droomde ik
Ik opende mijn ogen, haar gezicht, haar lichaam
was al wat ik zag.

 
 
 

Winter

Het grasgroen, het groen van het riet
toch onverwacht uit het zicht verdwenen
de kale takken en de lege velden
toonden onverbloemd hun zicht
op de kale werkelijkheid, de wereld
die zonder mankeren in het oog springt.