Zelden sta ik er bij stil
maar regelmatig
ben ik een fietser, een fiets
zoals de juf haar klas waarschuwde
voordat de kleuters zouden oversteken
Ook ben ik wel een collega, een contact
een buurman, een klant, een luisterend oor
een muziekliefhebber, een geval, wat dan ook
Een vrouw, dat ben ik dan weer niet
noch wat dan ook van zoveel etiketten
Je kan er een punt van maken
maar liever ben ik mezelf
in weet ik niet hoeveel gedaanten
Bestempel maar zoveel je wilt
voor ’t gemak, waar ’t zoal van pas komt
allemaal, van moment tot moment
blijft er niks van over, niks
om je aan op te hangen
als je adem haalt en dergelijke

