Dankzij

Zij gooide een steen in de rivier
het water spatte op uit de rivier
die bleef stromen

de druppels terug vlogen
uit het licht in de bedding
van de rivier, een waterkolk
verstoorde de waterloop

maar ze bleef stromen, de rivier
geen druppel bleef achter
de rivier bleef stromen

en zij zwaaide nog steeds
zij hield daar nog steeds
mijn hart vast en nog steeds

terwijl de rivier blijft stromen.

 
 
 

Krijtstreep

Wel, ik moest huilen vandaag
en gisteren en de dag daarvoor
die ging ook al niet teloor
zonder, met een steen in mijn maag

en allengs word ik opgelucht
dat gaat natuurlijk wel gepaard
want is wel goed maar niet bedaard
met een vloek en diepe zucht

en op zijn tijd ook wat jolijt
het mag de pret niet drukken
ook al is het een soort afscheid

van wat er was, ’t ligt in stukken
komt er een nieuw begin geheid
ik weet het zeker, dat gaat lukken.

 
 
 

Ja nou

Een streepje blauw
De wolken grauw
Kom toch gauw
Doe niet zo flauw
Komt tijd komt raad
De meester blaat
Het zal wel zijn
Zingt het refrein.

 
 
 

Van die dingen om te bewaren

In bed een propellorvliegtuigje overvloog
in verschillende toonhoogten zong
in dat gebrom het geluk weerklonk
van toen ik aan de hand van opa toog

naar het zonovergoten amsterdamse bos
die tijd, het liep toen allemaal nog los
Bijvoorbeeld de eekhoorntjes die Verkade aten
puur uit zijn hand, ze op zijn schouder zaten

Op de bosbaan roeiden stil uit alle macht
de roeiers in het hier en nu,
de toekomst even ongedacht.

 
 
 

Eendengeluk

In het water! In het water!
kwaakt de eend met luid gesnater

Daar heeft men beter vliezen
tussen zijn tenen en een glanzend pak
van veren, in het nat, op zijn gemak
zonder de zon uit het oog te verliezen.

 
 
 

Keertij

Beverig op de schommel, voorzichtig
trekken aan de koorden, wiegen
in de lucht zonder vleugels
totdat ’t allemaal op z’n plaats valt
dan spring ik er opgelucht van af
en neem de wind met met mij mee
en de zon, die scheen voor twee.

 
 
 

Het heen en weer en stil

Op de schommel, een beetje heen en weer
en voel de wind strijken langs mijn hoofd
en denk aan wat wel, aan wat niet was beloofd
in beweging komt langzaam het hartzeer

tot rust, en omhoog, omlaag en weer omhoog
terwijl de zon ook om de hoek komt kijken
weet jij in mijn gedachten van geen wijken
met gesloten ogen, mijn wangen droog

word ik allengs stiller van dat heen en weer
houd ik een bloem voor ogen
ook al weet ik niet welke vrucht ze draagt

trek ik aan de koorden, ik begeer
nog steeds met mededogen
de tijd van mijn leven mijn hart belaagt.

 
 
 

Op de bodem

Met mijn tranen laat
laat ik mij gaan, mijn eenzaam
hart in de wereld uit
ga tot op de bodem
waar ik hetzelfde vind
aan tranen en gedeelde smart.

 
 
 

Open einde

Het licht breekt door
waar eerder wolken en wind
wegen versluierden
ze nu open liggen tot zover
het oog wil reiken tot
de opschuivende horizon
een einde maakt aan elk vooruitzicht

je met niets anders achterlaat
dan allicht door te gaan
zij het dag of zij het nacht.

 
 
 

Als je je ontkleedt

Als je je ontkleedt
laat je dan niet alleen je kleren vallen
maar ook de maskers van alledag

staan wij naakt dan voor elkaar
geven we elkaar dan van ons zelf
wat we onbeschroomd nu durven delen

vreugde wil ik je beloven
pijnloos durf  ik niet te zeggen
zo zeker is het leven niet

kwetsen, dat is uitgesloten
die zekerheid is je gegeven
als je elkaar open in de ogen ziet.