Opgebloeid

In geen velden of wegen een madelief
al scheelt het niet veel zo blij
ik uit mijn ogen kijk, dat de lente
dwars tegen alle winden in
in mijn hart ontspringt
en je meeneemt naar de tuin
waar je in de bonen bent
waar de vruchtenbomen bloeien
het water je in de mond loopt
met kussen lessen we er onze dorst.

 
 
 

Vanuit de buik

De winterstorm door de straten jaagde
geen blad te bekennen
die waren opgeruimd en netjes

tornde ook ik daar opgeruimd op
tegen de wind in en met de wind mee

die dag nog net niet in het water viel
die dag van opgeblazen nieuws
die dag dat ten minste één toch opgelucht

adem ik uit
en ook weer ingelukkig in.

 
 
 

Handtastelijk

Als mijn handen de jouwe
die van jou de mijne

als je dan streelt
ik van geen ophouden weet

als je me kust
ik laat mijn lippen je beroeren

als je mijn ogen steelt
vind ik blindelings jouw schoot

als je me proeft
jouw huid gloeit mijn zinnen

volgen jouw zinnen
en lopen over in elkaar

tot we niets meer weten
tot het smachten is voltooid.