Sprankelend

Onlesbaar onze dorst
elkaar nabij te zijn, te delen
van onszelf, van jou, van mij
van de wereld, van al het moois
het donker tegemoet te treden
met lichtere tred en samen
van de wereld te zijn
daarheen waar geen één meer is
en ons te hervinden bij elkaar.

 
 
 

Zijdezacht uit één stuk

Je loopt, denkt, praat, je gebaart
Je speelt, kookt en lacht, je wast
je en doet de was
kijkt je ogen uit en ziet
wat nodig is in het voorbijgaan
Je slaapt, je wordt geplaagd
soms door pijn, door de veelheid
van de dingen. Je gaat door.

Je hakken klikken over straat
Ik hoor je komen
En als je er dan bent
voelt je huid als zijde.

 
 
 

Gekust

Golven leggen hun schuim
langs de rand, de wind
pakt het op en in mijn gezicht
voel ik het zout, vlokken
waaien mij voorbij
leunend tegen de wind
deert mij niets, zo vol ben ik
van ver gekomen, nietig, groots.

 
 
 

Ontspoorde vogels

Op het roestbruine spoor van station Noord
scharrelen twee kauwtjes, met zilver
in hun verenkleed, op en af
naar iets van hun gading
voor de komst van de trein
gevlogen

 
 
 

Dagwende

Een paar minuten nog
nog een paar
voordat het morgen is
dat zich dan weer hult
in het kleed van vandaag
en zich ijlings uit de voeten
maakt als morgen
stond.

 
 
 

Kikkerwaaks

De zon schijnt. Kikkers
in het water, in het gras langs
het water, voor mijn voeten uit
springen weg, duiken weg
hoe vederlicht ook mijn tred
hoe langzaam ik ook nader
hoor ik slechts zacht hun plonzen

Of zie ik daar één moment
van onbespiede rust
tussen het kroos, het wier?

En ik ben geeneens een reiger.

 
 
 

Ratjetoe van ik

Niet van steen, niet
van water, niet van lucht
noch van vuur, niet
alleen lichaam, alleen geest
niet beest, niet mens
noch zon, noch maan
niet licht, niet zwaar

De stroming en de bedding
de golfslag en de kiezels, het zand
langs de oever, op de bodem van de zee
het strand en de berg, het licht
dat het donker teniet doet
het donker dat daarnaar reikt
zich bij ontstentenis daarvan hervindt
onontkoombaar in de greep van leven.

 
 
 

Uit sluimer

Dat dooie punt voorbij
woorden langzaam weerkeren
hun momentum krijgen
onder het licht van de bijna
volle maan maak jij me
wakker gevaarlijk
dichtbij in de nacht
het witte licht wenkt
en roept de zon in ons op.