Wit licht
Afgrond
Laagland
Ons landje, neder landje
is best wel wat
als je kijkt naar geld en kennis
het valt in het niet
als je in ogenschouw neemt
hoe groot de oceanen zijn
dan leven die nederlanders eigenlijk
ook wel weer aan de rand van een vulkaan.
Omarmde [terust]
De woorden zijn nog geen zinnen
verschuilen zich, spelen nog verstoppertje
Ik doe zachtjes aan
Aarzelend klopt één op de deur
van mijn gedachten
Het fluistert van de tijd van onverschrokkenheid
van uit volle macht scheuren op de step
over de brede stoep
mijn ogen open voor de wereld
Het bos van de stad was nog groot
Opa met de eekhoorn op zijn schouder
Ik wist niet dat ik klein was
al wist ik me geborgen.
Wel, wel
Tandeloos (een kerstgedachte)
sta ik met mijn mond vol tanden
als het jochie in mij vraagt
wat dan wel de zin is
– buiten deze –
van niet alleen maar dit leven
maar ook nog hemel en hel
al dan niet op deze aard
Met een beetje geluk
zo stamel ik
weet je er wat van te maken.
Mocht je nu hier zijn
Ongekunsteld leven
Over leven en werk
Wie leeft om te werken is een slaaf
Wie werkt om te overleven is er iets beter aan toe.
Wie werkt om te leven nog wat beter
Wie niet hoeft te werken om te leven, is nog net niet best
En dan heb je ook nog diegenen die voor hun werk leven…
Dan heb je wat omhanden en ben je nog gelukkig ook
En, voordat ik het vergeet, er is helemaal geen recht, geen recht op werk, geen recht op leven zelfs, dat wil zeggen, niet buiten de afspraken en rechten om die we zelf voor elkaar weten te boksen. Rechten, plichten en moraliteit: allemaal van menselijke origine. Niks absoluuts aan. Dat kan zowel verontrustend zijn, als hoopgevend. Hangt waarschijnlijk ervan af hoe je in het leven staat. Wel…

