Op de feiten
Al is de waarheid nog zo groot
als jij ‘m tot je neemt
is ’t aan jou of je ‘m claimt
of terug verwijst in de schoot
waar de feiten sudderen inderdaad
tot de wereld jou zelf een bloedneus slaat.
Van één tot zes
Lang geleden
of kort
– het is maar hoe je het bekijkt –
of het allang voorbij is
of het wel lijden was
– of hoezeer –
1968 was het jaar
het jaar waarin ik ter wereld kwam
en de uitkomst
die laat zich raden.
Allicht [ Licht is er alleen voor wie niet blind is ]
5 terabyte
Van vroeger
ben ik weliswaar
Maar ik kwam in een tijd terecht
waar de verwarming reeds ging op gas
waar massacommunicatie al opgeld deed
zij het via krant en radio, een beetje tv
De wereld was nog net en scherp verdeeld
en we waren slechts met vier miljard
Lustig planten we ons voort
waar de dood nog een zekerheidje is
voor zolang als het duurt
en koop ik 13,9 miljoen 5 1/4 inch-floppydisks in 1 x
als het ware.
Van los zand naar vaste grond
Hadden we te maken met de pest, of zoiets, dan was het allemaal veel duidelijker geweest (wat te doen) en om je aan maatregelen te houden; dit corona is gewoon niet ( nog niet?) ernstig genoeg, bedreigend genoeg… blijkbaar. Hoewel je ook tijdens de pestepidemieën – van eeuwen geleden – ook “wappies” had die het verwelkomden (als zijnde straf van god oid. e.d). Tegelijkertijd: wappies zijn niet heel anders dan jou of mij. Ik denk dat de ideeën die men aanhangt – of die nu geaccepteerd zijn of niet – vaak ideeën zijn, waarbij men in staat is om door te gaan met leven, waarbij men ten minste iets van vaste grond ervaart… Dat betekent niet dat men in elk veronderstelde vaste grond maar moet meegaan, maar wel dat men misschien kan erkennen hoezeer we allemaal vaste grond onder de voeten nodig hebben… en met enig begrip op eventuele misvattingen kan reageren…. of zelfs accepteren.
Mensen zijn net dieren
Kloven overbruggen of niet
Het mag bekoren
Ook mij is een leven beschoren
zolang ik me niet wegscheer
ben ik niet verloren
En al schuim ik niet de straten af
liggen mijn wilde haren al in ’t graf
mijn dagelijks doen en laten
geven me mijn natje en mijn droogje
Het is straf:
het mag bekoren.
Verscheiden
Eén van de zovelen
van de aarde verdwenen
en nergens meer
En nergens anders
dan op aarde in herinnering
niet tastbaar meer, niet hoorbaar
onzichtbaar, anders dan in beelden
Wie weg is, was gezien.

