De sterren roepen
op Hollywood boulevard
twinkelen, heel erg voor elkaar,
niemand die denkt dat ze moeten poepen
op de rode loper, op het scherm al dan niet 3D
Een illusie, dat is ’t hele idee.
De sterren roepen
op Hollywood boulevard
twinkelen, heel erg voor elkaar,
niemand die denkt dat ze moeten poepen
op de rode loper, op het scherm al dan niet 3D
Een illusie, dat is ’t hele idee.
In de hof van Eden staat een kind
Het er geen mens meer vindt
De resten liggen neer in stof
Dwaalt door ’t industriĆ«le kerkhof
Waar geen kerk te vinden valt
god noch gebod roept halt
kabbelt de tijd rustig door
ook al vindt die nergens gehoor.
In de hof van Eden staat een kind
Het verdwijnt gezwind.
De gouden bergen die worden beloofd
Door de schittering raak ik verdoofd
Maar God zij geloofd
Het blijkt een waterhoofd
Wie dat heeft bekokstoofd
moge die van zinnen worden beroofd.
Ziet u die belastingenvelop
smoort uw eerste reactie in de dop
Mooier kunnen we het niet maken
daar ga je niet om staken
Het gemak, dat houdt ook een keertje op
Belasting immers is niet voor nop
En wat, is de vraag, komt er tot stand
zonder tranen, zonder bloed en zweet
Wie dat denkt, valt door de mand
en blijft steken in belastingleed.
Verheugt u zich in deze boodschap:
u wordt lichter in een klap
en allemaal in dezelfde schuit,
verdelen sommigen de buit.
O, kom er ’s kijken
zegt Mahmud tegen Sjerief
Dat geeft toch enige reden tot grief
zoals ze zich verrijken, de rijken
De rijken hier, de rijken daar
Het zal nog moeten blijken
hoe ze eindigen als lijken
Nu hebben ze ’t nog voor elkaar
De torens die ze bouwen
De reality-tv onafgebroken op tv
Afleiding, nauwelijks te verstouwen
Toch, we deden even hard mee,
dat is iets om op te kauwen,
maakten we deel uit van dat vee.
Pers. Pers. Persen maar
anders kom je lang niet klaar
Moeder, moeder. Ach en wee
Uiteindelijk kwam ik toch van lieverlee
Persen voor de vrijheid
is sinds mensenheugenis verbreid
Slimmer, groter. Het werd er niet gemakkelijk op
Nu zien we ook nog een PVV ten top.
Zo blijkt maar eens te meer:
de mens, amper een puber in de leer.
Al meer dan 2009 keer oud- en nieuwjaar
Aan het begin hadden ze ’t wel voor mekaar
Een paar lijntjes met houtskool en wat plantensap
Als jaarwende was dat een grote stap
Oliebollen hadden ze wellicht nog niet
maar hun wild verdiende geen kleiner loflied
Om van nieuwjaarsrollen niet te spreken
Ecologisch hadden ze ’t mooi bekeken
Nu moet ik mij in bochten wringen
Om ’t nieuwjaar origineel te bezingen
Geloofde ik maar in dat christendom
met 5000 jaar geschiedenis leek ik niet zo stom
Nu rijm ik maar noodgedwongen in paren
en wens ik ieder op de woelige baren
een vaste hand aan het stuurrad van het leven
en niets om later te vergeven. 
Dagjesmensen, houdt u verre van de nacht
Daar gaat men zich te buiten
Zoals u nooit zou hebben gedacht
Dun is de scheidslijn tot muiten
Onder de oppervlakte broeit het en gist
al wat daglicht niet verdraagt
begeert men met hart en ziel, bedrog en list
schaamteloos tot welke grond men zich verlaagt
Dagjesmensen, houdt u verre van de nacht
De beste is wie het laatste lacht.
In het hart van de nacht, verweesd
dwalen zij met vrees, opgezweept
dansen zij het meest
en verdronken in de nacht
zij die verder gaan, die verder gingen
daar is zelden één die lacht
Zij die hun maskers hebben afgelegd
in elkaars ogen, woord, gebaar
in het donker komt de werkelijkheid tot recht
met die andere mensen in het licht
levend en wel aan de andere kant
van de aarde uit het zicht.
Lopend over straat, samen hand in hand
Zo gaan we nog niet door Nederland
De één gelooft dit en de ander dat
Zo komt in verbroedering de klad
Des te meer als de één wit is en de ander zwart
En als men ook nog in oogkleppen volhardt
Nog moeilijker die natuurlijke angst te overwinnen
Zo makkelijk keert men zich naar binnen
blijft bij wat makkelijk is, vertrouwd en zelfs avontuur
moet bekend zijn, want anders snel te zuur
Leve hen die hun handen uitgestoken houden, open
Is het nu hier of daar, goedkoop of duur
Moge we iets vrediger 2011 ingaan, uitlopen.