Wil je me begrijpen
lees dan al deze woorden niet
Want ik moet zeggen tot mijn verdriet:
ik ben nog aan het rijpen
en kan mijzelf niet neerzetten
in één verhaal, dat sluit
Maar als je op weet te letten
zit jij met mij in dezelfde schuit.
Wil je me begrijpen
lees dan al deze woorden niet
Want ik moet zeggen tot mijn verdriet:
ik ben nog aan het rijpen
en kan mijzelf niet neerzetten
in één verhaal, dat sluit
Maar als je op weet te letten
zit jij met mij in dezelfde schuit.
Uit één stuk gegoten
aan zaad en eicel ontsproten
zoek je aan één stuk door
wat ging teloor
Hoe dan ook al een stuk
geboren voor geluk.
Al jaren hoor ik stemmen
die mij vragen hoe het zit
die mij opdragen wat te doen
een twijfelachtig lijntje van boven
woorden waarmee ze me loven
doe ik meer dan ze verlangen
weet ik de regelneven flink te stangen
in hun volgens cijfers uitgezet beleid
waarin ze de stemmen trachten te vangen
tot volle klanttevredenheid.
“De”, de gemene deler,
waarmee men achter de opinie raast,
de opponent van de sokken blaast.
De werkelijkheid ziet men steeds scheler.
Geen oerwoud hier in ’t land
Kaalslag bracht er heide en zand,
cultuurgoed bij tijd en wijle afgebrand.
Rest een oerwoud van regels aan recht
Gulden regels voor allerhande gaten
Gelijke monnniken gelijke kappen opgelegd
Zinnen die verzanden in gemier
De woudlopers: juristen en advocaten
van dode letters op papier hier.
(herziene gerijmde versie van die van 20 maart 2008)
Zoek de schaduw in de nacht,
onzichtbaar voor de lichtminnenden
wentelend, draaiend en bakkend
in het volle licht van de zon
zien ze zo gauw niets dan blauw
en niets van de verre sterren
in het donker tot zichtbaarheid gebracht.
Zijn we bang om leed te voorkomen,
als dodelijke ziekte met zekerheid vaststaat,
als je onderzoek en selectie nalaat?
Moeten we bij minder zekerheid dan schromen?
Of helemaal niet kijken naar dat allereerste begin?
Dat prille ontstaan van leven in onderzoek,
wanneer het levenswaardig is in ons boek?
Is algeheel verbod of toestaan naar onze zin?
Verklaren we ééncellig menselijk leven onaantastbaar
en wegselecteren misschien zelfs dan als moord?
Of loert bij tachtig of twintig procent het gevaar
van minachting, wegzetten door de menselijke soort
van wie gehandicapt, hulpbehoevend is of raar?
Raakt zonder regel ons samenleven dan verstoort?
Verdomd oranje dringt zich op
Laat me echter niet gek maken
Dat zou toch zijn te laken
ook al hijst ieder de vlag in top
Trek ik mijn oranje blouse aan
ogenschijnlijk bij de oranjeschare
weet ik beter, god beware
dat we op het ereschavot straks staan
Maar al die mensen die en masse
te hoop lopen voor zo’n doel
verbroedert ook wel weer een boel
Ik drink er eentje mee op het terras
Beter toch dan hier en daar een krassie
als gevolg van doelloos meppen, slaan
wanneer mensen ’s avonds uitgaan,
toost ik op gedeelde passie.
Geloof me maar niet:
Wanneer bomen buigen als riet,
windkracht dertien, veertien,
hier aan komt waaien
Doet verschillen teniet
en weet eendracht te zaaien.
Niet onverdeeld zoet, bitter,
woorden in schone glitter,
rijm die van zich spreken doet,
licht bestaan, coûte que coûte.
Van verbazing sta je daar met open mond
Ze vliegen steeds maar boven water, grond
met wijd open gesperde bekkies
eten ze hun feestmaal insekten, zo onkies
wat mij betreft, maar zonder zich te verslikken
zitten ze er in volle vaart van te bikken
Van diëten en al vergelijkbaar leed geen weet,
zijn brooddagen, sapkuren en fitness aan hun niet besteed.