Gedag zeggen

Denkt er aan, zo langzaam aan
ruim baan te maken
dat dromen mogen neerdalen
ten minste stilte
dat hoofd mag bevangen
terwijl ik er vandoor ga
dat hart mag vervullen
terwijl het onvermoeibaar klopt
en ik mij allicht
in overgave laat gaan.

 
 
 

Dat had je gedacht

Wat het hart ook mag bekoren
gaat in het denken alras verloren.

Weet je waar je bent
als je niet weet waar je was gebleven
toen het zonet een moment eerder was?

Weet je waar je bent
als je niet weet wat voor het oprapen ligt
en je blind staart op de verte
of je ogen voor het heden sluit?

Weet je wie je bent
als je er niet bij stil staat
er niet bij nadenkt?
Of hoe belangrijk dat wel niet is?

Het is een zeker ding, dat weten
hoezeer men bij verstand is of bezeten.

 
 
 

Lichtinval

Zoals het duister je overvalt
of je sluipend aandoet
zo een woord of een gebaar
zo valt het licht binnen, zomaar
door een opening, in een ruimte
waarvan je niet wist dat die bestond.

Daar je thuis bent
ook al waait het buiten nog zo hard.

 
 
 

Stilaan

Laat de stilte langzaam aangroeien
één voor één die dingen doen
die een einde maken aan het dagelijks leven:
de verwarming laag
het licht en de muziek uit
het beeld op zwart

laat de nacht
maar komen als mijn gedachten afdwalen
zoals het pluis van paardenbloemen
alle kanten op waait
en weet ik niet waar een plek vinden
ontkiemen in een droom
voor één nacht.

 
 
 

Naar adem happend

Mochten mijn vingertoppen
de jouwe raken
en vandaar vanzelf verder gaan

mochten mijn lippen
zo heel licht
die van jou beroeren

mocht ik in jouw blik
verdrinken

ik nooit eerder
mij zo levend wist.

 
 
 

Minnen in de plus

In de plus wil ik noteren
dat ik immer nog kan begeren
al het schone dat mij raakt
de wereld wat dat betreft niet verzaakt

Anderzijds, die wereld is wel wat leeg
ook al vloeit de wijn al rijkelijk lang
ik daarmee de liefde niet vervang
Kan ik minnen tot ik een ons weeg.

 
 
 

’s lands hart

In het hart van het land
is mijn hart gelegen
Aan zijn kust
mijn verlangen aanspoelt
Op de berg
kijk ik uit naar mijn lief
Met het water
van de beken en de rivier
stroomt mijn liefde naar je uit.

 
 
 

Koeienvlucht

De mist zo laag bij de grond
de koeien zweven in mijn blikveld
bewaar ik afstand en houd mijn mond
voordat zo’n kop me de huid vol scheldt

wellicht dat ik zelf ook wel in hun ogen vlieg
als ik op wielen voorbij kom sjezen
maar bij hen valt altijd al wel te lezen
die blik van verwondering, alsof ik lieg

als ik zeg: het doet geen zeer
het is alleen maar je melk die ik begeer.