En passant

Een vluchtige ontmoeting
was echt waar:
elkaar in de ogen zien
een kortstondige omhelzing
dat moment
hoe vluchtig ook
even alleen oprecht
oog voor elkaar.

 
 
 

Op de bodem

Hij draagt de zee in zich
die kolkt
sporen achter laat in zijn gezicht
zijn armen leeg blijven
zijn hoofd onberoerd
zijn geluid ongehoord
drijft op eigen kracht, blijft
zijn dorst ongelest.

 
 
 

Roerloos

De bodem droog valt
het waterleven naar adem hapt
terend op het laatste nat
in de verte de golven wachten
schoon te spoelen al wat kwam gelegen

wacht ik aan het strand
tot ik weer opgelucht kan ademhalen.

 
 
 

Weerkaatsing

De golven gaan hoog op
ik onderduik, de diepte in
waar niets dan stilte
waar het donker dan weer
verlangen doet naar licht
en naar nog meer
daarboven uit te stijgen
waar ik altijd alleen verbleef
mijzelf bloot te geven
kussen te delen vanuit het hart.

 
 
 

Stoffige bedoening

Niets dichter bij dan het lijf of
het moeten zijn gedachten zijn of
de gevoelens waarmee het gaat
gepaard, van die onstoffelijke dingen
waar ook al geen ontkomen aan is
die je ook bij blijven
tot het laatst

als ook wat je dacht meester te zijn
zijn eigen gang gaat
je onderwerpt aan nukken en grillen
totdat er niets meer rest
dan je laatste woord.

 
 
 

Waterloop

Als ik lopen kon over water
dan kon ik vast wel meer
en had ik zo je hart gewonnen

een regenboog getrokken
de hele aarde rond
een wervelwind die reikte
tot aan de maan
de zon
zou je altijd volgen
bergen
zouden wijken in jouw naam

Als ik lopen kon over water
de wereld zou vol zijn
van jouw schaterlach.

 
 
 

Zeer nabij ver weg

Zo ver weg kom je toch steeds dichter bij
laat de afstand zich steeds meer voelen
die ik opvul met verlangen, beelden
die de werkelijkheid teniet doet
Wat rest is een vraag voor de morgen.

 
 
 

Zijdelings

Van fantasme tot een spasme
zo ze me in de houdgreep heeft
zo heb ik dat nooit beleefd
zo zeer is ze nabij, ik kras me

knijp me stevig in mijn vel
het daglicht is heel hel.

 
 
 

Dagschade

Als je ogen branden
moe zijn van hun zicht
elk uitzicht verbleekt
en verwordt tot blik

dan heet het donker je welkom
als je de wereld buiten sluit
met je oogleden toe
en de nacht
onder je huid kruipt

en als ook het geluid
niet meer is
dan wat een droom vermag.

 
 
 

Beklonken

Er is niets poëtisch aan, aan
dat bonken in mijn hoofd
mijn ogen bloeddoorlopen staan
het is niets anders dan beloofd

toen glas na glas steeds werd geheven
om te proosten op gezondheid en het leven.