Wind mee

Was ik een wolk
had ik altijd wind mee
Was ik een pluisje
werd ik door de wind gedragen
en als vlieger ging ik altijd op
Laag bij de grond
laat ik me door verbeelding schragen.

 
 
 

Zomeraanschijn

Nog niet eerder vond ik het groen zo mooi
als op die dag dat zon van zich deed spreken
alsof het zomer was, de eerste herfsttinten
zich aandienden en onverstoorbaar de bomen
de eerste bladeren dwarrelden in de hitte

een windvlaag voerde nog de geur mee
het parfum van de zomer, ze bij zich droeg
die ik terloops in de ogen keek
om de winter door te komen.

 
 
 

Onder handbereik

Woorden vallen één voor één, meteen
als ik je zie, je handen onder handbereik
wil ik wel stroomafwaarts gaan, ons
drijven laten op een ademtocht,
verkoeling vinden in het water
warmte vinden bij elkaar
komt de zee, dan komt die later
er is geen denken aan
enig moment te laten varen
zonder dat lippen elkaar beroeren
zonder onze lijven elkaar vinden
in een wederzijds gebaar.

 
 
 

Stoer

Op hoge poten
met borstkas vooruit
en een wasbord
biceps flink gezwollen
ben ik ’t mannetje
De vrouwkes
er wel pap van lusten
Toch word ik nog rechts ingehaald
door ’t zwakke geslacht.

 
 
 

Kus? Even m’n agenda pakken

Tikt de klok, zo was ’t vroeger
nu slechts de cijfers
stilzwijgend verspringen
Mogen we ons in een tijd verblijden
die verder van ons af staat
Hoe haastig we ook van moment
tot moment in een oogwenk springen
de bezigheden zich om elkaar verdringen
Amper tijd voor een serieuze kus
een ontmoeten buiten de agenda om.

 
 
 

Zonnewende

Nagenoeg onttrekt zich aan mijn zicht
het leven dat zich buiten afspeelt

Laat mij maar even gaan dromen
van alleen een zomerbries
van alleen op het strand
het geluid van de golven
de roep van een meeuw
mij veilig weten voor het gewoel
van zo verre nabije plaatsen
waar men leeft
naar wat de zon ons biedt.

Laat mij maar even gaan dromen
van een terras en koel wit bier
van mensen die met plezier
voorbij komen, aanzitten, geanimeerd
praten, lachen en waar verdriet
verlicht wordt door de warmte
van muziek in de straten
en ontblote schouders, huid
nog een keer door de zon gekust.

 
 
 

Hartzeer

In mijn hart leeft een verlangen
dat met elke hartslag door mijn lijf gaat
In mijn hart leeft een verlangen
dat mijn hele leven meegaat
Ben ik bang dat mijn hart er aan bezwijkt
als ik het vrij laat stromen.

 
 
 

Stamvastig

Vallend blad vereenzelvigt zich
met zijn spiegelbeeld in het water
van de boom naar de bodem
van blad tot prut
rest een boom
met loodzwaar silhouet
waaraan ik mij optil
de hele winter door.

 
 
 

Sshhh

Tussen de lakens ligt het geheim
van ons tweeën
waar geen gebaar, geen streling
aan vermag te raken
wat geen woord, geen tong
vermag te openbaren
als ik om jouw hart dans
jij om de mijne
alle vragen vervagen
we elkaar een antwoord zijn
onuitgesproken met een kus.

 
 
 

Geluk troef

Voert het abnormale zeer
de boventoon, het dier
onverwacht uithaalt
weg kruipt in een hoek
lacht om niets
een hand legt op je schouder
je lachen laat
meestal door het leven gaat
gelijk jij en ik gewoon zijn.