Kleur bekend

Zag vandaag
ook nog wat zonnebloemen in een vaas
Zag vandaag
hoe ook de regenboog het niet zag zitten

De wolken stapelden zich op en braken
het felle blauw mij in de ogen schoot
de zon ten hemel einde raad was
de wind maar halfslachtig blies, schoot
te kort om mijn verdriet, mijn gewicht
te dragen naar de overkant van de aarde
waar ze schijnt als de maan zelf.

 
 
 

Dag dat alles op z’n plaats valt

Het blauw zo ver weg, nog verder
dan de zon, die ondergaat en de lucht
haar kleur ontneemt, de wolken
leikleurig en loodgrijs en oranje en oker
hel verlichte randen, gevederd, gestapeld
de populieren in de verte tegen de horizon
torende ik er boven uit, zo licht ik was
de regenboog echter het af liet weten
in stukken gebroken, met mij in de pas.

 
 
 

Varensgezel

Kopje onder in de zee
met het hoofd geheven in de regen
valt het allemaal niet op
de sporen die mijn tranen trekken
mooi dat ik op het droge blijf
mijzelf in de ogen kijk
en stenen laat varen.

 
 
 

Gegeven

Als vanzelfsprekend in mijn huis
lagen we zij aan zij in de kamer
lagen we op onze zij in de zon
elkaar aankijkend handen tastend
bij elkaar de warmte vonden

In de kamer nu alleen het zonlicht
dat door de gordijnen valt
de lege plek verlicht op bed
alleen het ruisen van de bomen
van buiten op de achtergrond
de warmte die ik niet meer deel.

 
 
 

Mensen nog ’n toe

Je kent het patroon van doen en laten
hoe mensen liefhebben en dan haten
in de spiegel niet zichzelf zien, in beeld
hun opgepoetste zelf, met het eelt
op hun hart naar de ander schoppen
Dat weet je en toch valt het niet te stoppen.

 
 
 

Grensverleggend

Een vogel vliegt gerust door de lucht
Een vis uit en in ’t water in een zucht
Maar in lava is het nog steeds slecht toeven
Ook de mens vliegt er in de hens
En gelukkig dat we niet in zwembroek hoeven
in de ruimte, daarvoor missen toch de fans.

Hij begeeft zich in steeds dieper water
Of ligt voor ons uiteindelijk een optater
in ’t verschiet van zeven sloten en een kater?

 
 
 

Verwaaid

De afstand is zo groot nog niet
dat je niet in gedachten bij me bent
Meer gewicht dan zo een vluchtige
aanraking is uit het zicht
waar een wereld tussen ons ligt
blijven de woorden zweven.

 
 
 

Waarlijk

Er is leven nadat men is opgestaan
in de keuken weer diezelfde kraan
en men vond die rode knop
De koffie ten ene male weer in de dop

 
 
 

Gevlonderd

Opeens slaat daar de stilte toe
Mijn hart slaat over als een tel
of wat geen kindergejoel meer
de bomen niet meer ruisen
geen gefluit van vogels meer
geruisloos een libelle helikoptert

joggers zich daar een ongeluk zweten
ik aan het stretchen ben op de vlonder
waar ik doodstil gezeten me laat gaan.