Een kamer met uitzicht – 4 mei –

Je kunt nog denken
hoe dan ook en wat je maar wilt
En al voel je je opgesloten
niemand anders belet je
die stap naar buiten zetten
in dat uitzicht
je plaats te veranderen
misschien ook wel je blik
en ontmoet je de wereld

Zovelen
die het met minder moeten
die niet meer konden
vast door de wereld buiten
alleen de binnenwereld vrij
en ook dat is nog maar de vraag

foto Job Antoine

Paradox

De vrede moet
bewaakt worden, gehandhaafd
En daarom de afzettingen
de camera’s en de wapens
zichtbaar en niet
want vrede is nog een utopie

Best vaak is er ergens geen geweld
geen ruzie, geen woorden of handgemeen
maar vrede ligt nog best wel in het verschiet.

En passant

Wee mij. Heel mij.
Heel alleen. Het doet
er lang niet altijd toe.
Als ik vreugde schep
in wat zoal voorbij
komt en ik laat het
toe en tegelijk
voor wat het is
en ik laat het

Maar het mag wel wat meer
en ik zelf een onsje minder
als communicerend vat.

Eva

Zij was geen chimpansee
en Adam ook al niet
Ergens zullen ze wel zijn geweest
de baarmoeder en het zaad
die in het licht van die tijd
die in die omstandigheden toen
hun voordeel deelden
en keer op keer wisten te verkeren
waar gelijkaardigen
– misschien wel aardiger –
achterbleven in het paradijs
bovenaards, onderaards, aards, weg.
Rubens: The Fall of Man, Adam and Eve

Wat Uithuizen

Een dorp, daar in het Hogeland
van Groningen, waar ik heen-
ging, een jaar of acht, naar
de tweede klas van de CNS
– Christelijke Nationale School –
naar de Ripperdadrift waar
ik van rolschaatsen de kunst
onder de knie kreeg
van echt schaatsen op noren
en in die winter van ’77-’78
ik met een soort van vriendje
– Jasper Berkhout (?)-
een hut groef in de sneeuw
waar ik met pa met de slee
naar het dichtstbijzijnde winkeltje
toog, de Enkabe
voordat we verhuisden naar de Zuiderstraat daar
een koopwoning zelfs met gigatuin
dankzij de Beeldend Kunstenaar Regeling nog
voor mijn vader (stiefvader)
waar ik het onkruid tussen de tegels
verwijderen mocht (moest)
toen opa en oma ook van Amsterdam
weer in de buurt kwamen
– zo dichtbij leefden ze nooit eerder
maar ondertussen was ik ouder
en opa ook
en de tijd was snel vervlogen
en al helemaal dat ik opa als vader zag –
Altijd was ik er al een jaar ouder
dan mijn klasgenoten
– in de hoofdstad deed ik de 1ste klas
2 x, want eerst nog op de Vrije School –
en wist ik mij een plaats te verwerven
met wat kracht en behendigheid, min of meer
voordat ik met de boemeltrein afscheid nam
het eerste jaar naar het gym
het Willem Lodewijk, in stad.

ah, de zoetheid van sentiment, verlangen

naar de kleuren lila, mintgroen, oranje en geel,
naar een vloerbedekking van kokos tegels,
een houten salontafel met zwarte pootjes
een gietijzeren zwarte kachel
de koffiebonenmaler [ toen juist goedkoper nog ]
een balkon met uitzicht
op een voor de kleuter onmetelijk groene wereld
met zandbak, en de waslijnen,
vissen met opa
– als ik met oma een ijsje haalde bij de salon in ’t park
deed opa – hoe wreed ook – een visje aan mijn haak
[ hoorde ik dan weer een eeuwigheid later ] –
aan de crèche denk ik liever dan niet terug
[met de geur van doorgekookte kool]
ondanks de ligakoek
Geborgen, al verstopte ik me onder dekens
bang voor de wereld in het donker

Leedwezen

om het minste of geringste
blijk van medeleven, meeleven
dat onder ogen komt
dan vol schieten
een beetje meer of minder
vanaf de zijlijn
vanaf de zelfkant
wankelmoedig.

Van de straat

Volgens mij zag ik er zelfs twee
op de weg terug in ieder geval één:
een kleine Grote bonte specht
zwart en wit met rode stuit

Een klein opvallend moment
in een oogwenk van geluk
gesproken, maar rood
is ook de wijn
en de specht, ook die klopte
deze keer niet.

Voor nu

Langs de oever waar het water
nauwelijks nog lijkt
te stromen
staat het riet te kijk
zonder ook maar door de wind
beroerd, zelfs geen windvlaag
brengt verkoeling in het helle licht
Verderop laten de bomen al hun bladeren los

En ik wil wel huilen
maar mijn ogen blijven droog.

In een vloek en een zucht

Ook in de lente
gaat het leven
niet over rozen
en kruipt het bloed
tot het opdroogt
een spoor achter latend
naar het aangedane vlees
waar geen korting geldt
geen bonus, niks tegoed
en de toekomst bestond
toch al nooit

een hard gelach
kan je wel bezigen, maar liever
zing je
al is het ongehoord.