Zolang ik ’t maar niet weet
zolang ik mijn ogen maar
ervoor kan sluiten
er niet bij stil sta
dat ik eigenlijk over drijfzand loop
dans op de spreekwoordelijke bodem
dat mijn vliegen een vrije val is
dan weet ik mij in leven
(al is het tegenstrijdig)
Bij de sluis
Bij het sluisje zag ik van achteren
een man staan
in plastic pak
alsof ie stond te piesen
zo in vol ornaat
maar hij stond alleen maar te hengelen
naar wat vis in een ieniemini wak
waarbij ie z’n hengel zo voor zich uitstak.
[Nee, geen foto]
Bij voorbaat had ik meelij
met de vis, die ging voor de bijl
aan de haak, in het droge, in het net
in de emmer, in de pan
Maar ook de vis is zo onschuldig niet
als die larfjes of ander leven eet
tot mijn nooit vergoten verdriet
Het leven is al leed en beet.
Ach ja
Zomaar, of eigenlijk niet zo
werd ik aangesproken aan de rand
van het Hoornsemeer, de uithoek ervan
door een jonge vrouw
– natuurlijk mocht ze me iets vragen desgevraagd –
of ze er wel zou kunnen schaatsen
want zomaar als niemand anders al op ’t ijs
dan vertrouwde ze ’t niet
en met mijn serieuze camera om mijn nek
en/of mijzelf
boezemde ik blijkbaar wat vertrouwen in
op een oordeel
waarop zich een gesprekje ontspon
niet van enige warmte gespeend
daar aan de rand van het ijs
waarbij ik haar aarzeling deelde
hoewel in de verte een eenzame schaatser
of twee
het ijs trotseerden met ogenschijnlijk gemak
– O ja, zo te vliegen, leek me heerlijk
maar ja, mijn knieën, mijn conditie
het was al 15 jaar geleden
dat ik op de ijzers stond –
Even verderop, gewoon rechtdoor zeg maar
ligt de echte Hoornseplas
in plaats van het Hoornsemeer hier
en daar is het niet zo diep ook
Zo fietste ze ervan door
na een wederzijdse wens van plezier.
Durf
zo met elkaar.
God mag het weten
Wat als je eenmaal
niet meer overeind kan komen
– en dat komt, of
men weet hoe cellen werken
en kopieën maken, echte kopieën, zondermeer –
en je bent aangewezen
op een buur, op een broeder of twee
van de ambulance of van zo’n politie
of een zorger uit de mantel
– of uit de hoge hoed –
of misschien over enige jaren
– ik hoop dat ze leuk zijn –
een twiedeldiedum bliep bliep
versie 103.7348
waaraan je je wel degelijk hebt gehecht
wat als alles niet meer helpt
en je bezwijkt
aan de teloorgang van jezelf?

Goedheiligman
Lang gelee kwam ik ter aard
toen moederlief mij had gebaard
Een lange weg, een leven
Hoewel, per saldo is het om ’t even
in het licht bezien van zoveel tijd
en alles wat ons deerlijk scheidt
Maar al dat gezegd, in mijn ogen
wil ik het tegendeel, ongelogen
Het liefst leef ik een honderd jaar
of meer, voor nu, dan ben ik klaar
En mocht ik dan alenig zijn
dan is er altijd nog wat marsepein
Zelfs al moet ik zelf spelen
voor sint en piet; wat kan het schelen
als ik toch deel uitmaak van zovelen.

Heupwiegen
Maar ik bleef staan
met nog een drankje in de hand
aan de kant
En de rest
was een feestje
waar men zich vermaakte
waar ik te lang bleef
geen idee hoe ik weg ging
hoe ik er weg kwam
maar ik weet nog
dat ik best wel had willen dansen
en zo meer.
Groot
Pap, wil je me
houd je me
sta je pal
tussen mij en de wereld
die ik zo klein als ik ben
nog niet zo vertrouw
die ik zo klein als ik ben
nog overweldigend vind
al klopt mijn hart
al ben ik groter
en weet ik wel
ken ik de woorden wel
en al schoot ik mijn pijlen
tot de boog brak
keer op keer
al scheurde ik met mijn step
over de brede stoep
de hoek om
tot waar mijn wereld ophield
Nog niet zoveel groter
moet ik maar mijn eigen pa zijn.
De pot
In mijn tweede jeugd aanbeland
– hoop ik met stille vreze –
wordt dat alras gelogenstraft
als ik moet
en de wc geduldig wacht
tot ik klaar ben met mijn plas
waaraan geen einde komt
overdreven gezegd.
Ach, kon de tijd maar de pot op
mij niet heus.

Het zou wel mooi zijn
Geen maat
staat er op de mens
De wereld verandert waar je bij staat
De uitblinkers schitteren
gedragen door de dragers
en al het leven in de brouwerij
De smaken zijn zoet en zuur en zout en bitter
Maken we er wat van
dat langer beklijft dan een ijstijd?
Zal iemand nog weten
wie Bach was of Rembrandt
een Leonardo da Vinci
wie Jezus was of Boeddha
wat piramides waren
over een honderdduizendtal jaren?

