Zolang ik ’t maar niet weet
zolang ik mijn ogen maar
ervoor kan sluiten
er niet bij stil sta
dat ik eigenlijk over drijfzand loop
dans op de spreekwoordelijke bodem
dat mijn vliegen een vrije val is
dan weet ik mij in leven
(al is het tegenstrijdig)
Ach ja
Zomaar, of eigenlijk niet zo
werd ik aangesproken aan de rand
van het Hoornsemeer, de uithoek ervan
door een jonge vrouw
– natuurlijk mocht ze me iets vragen desgevraagd –
of ze er wel zou kunnen schaatsen
want zomaar als niemand anders al op ’t ijs
dan vertrouwde ze ’t niet
en met mijn serieuze camera om mijn nek
en/of mijzelf
boezemde ik blijkbaar wat vertrouwen in
op een oordeel
waarop zich een gesprekje ontspon
niet van enige warmte gespeend
daar aan de rand van het ijs
waarbij ik haar aarzeling deelde
hoewel in de verte een eenzame schaatser
of twee
het ijs trotseerden met ogenschijnlijk gemak
– O ja, zo te vliegen, leek me heerlijk
maar ja, mijn knieƫn, mijn conditie
het was al 15 jaar geleden
dat ik op de ijzers stond –
Even verderop, gewoon rechtdoor zeg maar
ligt de echte Hoornseplas
in plaats van het Hoornsemeer hier
en daar is het niet zo diep ook
Zo fietste ze ervan door
na een wederzijdse wens van plezier.
Durf
zo met elkaar.
Goedheiligman
Lang gelee kwam ik ter aard
toen moederlief mij had gebaard
Een lange weg, een leven
Hoewel, per saldo is het om ’t even
in het licht bezien van zoveel tijd
en alles wat ons deerlijk scheidt
Maar al dat gezegd, in mijn ogen
wil ik het tegendeel, ongelogen
Het liefst leef ik een honderd jaar
of meer, voor nu, dan ben ik klaar
En mocht ik dan alenig zijn
dan is er altijd nog wat marsepein
Zelfs al moet ik zelf spelen
voor sint en piet; wat kan het schelen
als ik toch deel uitmaak van zovelen.

Groot
Pap, wil je me
houd je me
sta je pal
tussen mij en de wereld
die ik zo klein als ik ben
nog niet zo vertrouw
die ik zo klein als ik ben
nog overweldigend vind
al klopt mijn hart
al ben ik groter
en weet ik wel
ken ik de woorden wel
en al schoot ik mijn pijlen
tot de boog brak
keer op keer
al scheurde ik met mijn step
over de brede stoep
de hoek om
tot waar mijn wereld ophield
Nog niet zoveel groter
moet ik maar mijn eigen pa zijn.
De pot
In mijn tweede jeugd aanbeland
– hoop ik met stille vreze –
wordt dat alras gelogenstraft
als ik moet
en de wc geduldig wacht
tot ik klaar ben met mijn plas
waaraan geen einde komt
overdreven gezegd.
Ach, kon de tijd maar de pot op
mij niet heus.

Vergeet me niet
Dacht ik het niet:
de winter is nakend
het vergeetmenietje vergaan
In mij
draag ik de hete dagen met mij mee
en ik neurie
en ik fluit een deuntje
– het werk is gedaan –
als ik in gedachten de hele wereld omarm
Al laat de kou mij niets anders
dan de kou alleen
tot slot
voorbarig gezegd
maar op je laatste benen
valt er niets meer te dichten.

Van de leg
Nee, je bent toch meer
meer dan een bonbon
al wil je me wel
en je bent zo helemaal
jezelf, dat ik niet anders
kan dan je verlekkerd te zien
en ben als was in je handen
bijt ik mijn verlangen stuk
tot ik mij heb verloren
in smaken die zich vermengen
in zoet en zilt
weg van de weg.

Uitgeput
Wacht! Wacht nou toch even!
Laat dit licht
bij het invallen van de avond
dat de wolken oplicht
banen trekt
en de waterspiegel kleurt
Deze dag begint nu pas te leven
Al was jij het niet
die het afweten liet
en boog je heldere dag
heen om mijn zwarte gat
Minder vaak taal ik meer
ernaar je te drinken
van zongewelde vruchten
in een fles, in een glas
over mijn tong naar mijn gemoed
dat alsnog de lichtheid proeft
van het leven van alledag
al is het
net zo ogenschijnlijk waar
als de wereld op de bodem van de put.
Een dag met corona +
Van 37,8 naar 39,0
Werk afgeblazen
Weer naar bed in de ochtend
Weer op voor de middag
Van wat koud naar warm
en zweten geblazen
Als een zombie
een online afspraak met webcam en al
die dus niet zo zinvol bleek
Dan weer alsof de koorts brak
en even hopen dat ’t daarmee was gedaan
maar allengs stijgt de hitte weer naar ’t hoofd
Toch nog een bord
rijst met broccoliprut gegeten
Met mijn labiele ik een flashmob bekeken
[ van deuntje en dansen op Zorba de Griek in Ottawa ]
om te breken
als mijn gebroken hart opspeelt
en zich dan niet laat ontkennen.
Te moe. Te moe
behalve voor een afwas voor ’t koken
en wat woorden tot besluit.

